Spotlight
De verzamelaar: Miriam Linna

Decennialang waren Miriam Linna en Billy Miller het coolste stel in de rock-‘n-roll. Hun collectie singles, concertposters, paperbacks, magazines en andere popcultuur memorabilia had legendarische dimensies aangenomen. In 1986 begonnen ze het Norton label. Hun releases, veelal obscure rock-‘n-roll, rhythm-‘n-blues en garagerock, worden gekoesterd door verzamelaars over de hele wereld. De afgelopen tien jaar kreeg Miriam echter een paar enorme klappen te verwerken. In oktober 2012 werd het pakhuis van het label ernstig beschadigd door de orkaan Sandy, waarbij een aanzienlijk deel van de catalogus en het archief verloren ging. Op 13 november 2016 overleed haar partner Billy Miller na een lang ziekbed. Miriam Linna is echter vastbesloten hun levenswerk voort te zetten.

“Mijn familie komt uit Finland. Mijn ouders en mijn oudste broer zijn daar geboren. Ik kwam in Canada ter wereld. Ik ben wel nog steeds in een heel Finse gemeenschap opgegroeid. Onze buren, de mensen in de kerk, iedereen om mij heen sprak Fins. Het was een heel strikte omgeving, heel religieus. We mochten bijvoorbeeld geen tv kijken. Flipperkasten waren verboden terrein. Gelukkig was er de radio. Mijn zus had een kleine Sony transistorradio die ze in 1964 voor kerst gekregen had. We luisterden altijd naar CHUM, de grootste popzender in de omgeving. Zij kregen de Beatles-platen voor die in Amerika gedraaid werden. Als een soort reactie ontpopte mijn broer zich tot een enorme Stones-fan. Hij is in de zeventig nu, maar gaat nog altijd naar de optredens wanneer hij maar kan.”

Droom

“In januari 1967 emigreerden we naar Amerika, naar Ashtabula, een dorpje op zo’n 25 kilometer van Cleveland, Ohio. Dat was vanaf die tijd dat ik helemaal wild van muziek werd. Ik luisterde naar radiostations als WNCR en WMMS. Wat ze draaiden was heel bijzonder, zoals nummers van The Velvet Underground, David Bowie, The Fugs en Slade. Er werd in die programma’s ook gediscussieerd over een onderwerp als drugs. Het was alsof ik zelf rechtstreeks toegesproken werd. Ik voelde mij serieus genomen. In de periode, zo rond mijn vijftiende, had WMMS een wedstrijd: luisteraars werd opgeroepen om een beschrijving in te zenden van een recente droom. Ik droomde erg vaak, dus het kostte me geen enkele moeite om iets op papier te zetten. Een paar weken later rende mijn zus schreeuwend onze achtertuin in, waar ik op dat moment was. ‘Je hebt gewonnen!’ Ik had de uitzending gemist, maar kennelijk hadden ze mijn droom voorgelezen, met een instrumentaal nummer van de Van Der Graaf Generator als achtergrondmuziek. Ik mocht langskomen bij het radiostation om mijn prijs op te halen: alle albums die tot dan toe verschenen waren van Pink Floyd. Het  bijzondere is dat ik een paar jaar terug in contact kwam met de man die het programma destijds gepresenteerd had. Hij kreeg het voor elkaar om mij een opname van die uitzending te bezorgen. Meer dan veertig jaar later hoorde ik dan toch hoe mijn droom voorgelezen werd.”

Status Quo

“The Record Club of America was mijn belangrijkste bron voor platen destijds. Je zag overal advertenties in kranten: ‘zes albums voor een dollar.’ Het was een schimmige business. Royalties werden niet betaald. Verkopen werden niet vastgelegd. Niemand die zich dat destijds realiseerde. Als je het voor elkaar kreeg om ook wat vrienden aan te melden, kreeg je nog een stapel platen toegestuurd. Het was meestal raar spul, cut-outs, platen die afgewezen waren door platenzaken. Voor ons, als tieners met heel weinig geld, was het de perfecte manier om een platencollectie te beginnen. We liepen ook de deur plat van de Leger des Heils-winkels waar je platen voor 49 dollarcent kon kopen. Ik herinner me dat ik daar het Pictures of Matchstick Men album van Status Quo daar heb gekocht. Elk detail van die lp heb ik bestudeerd, van het label tot de hoes. Heel wat jaren later, in 1973, zag ik ze op het Reading festival in Engeland. Hun album Hello! was net verschenen. Een spectaculaire plaat!”

The Stooges

“Cleveland was destijds een geweldige plaats om op te groeien als je zo van muziek hield als ik. Het was een zogenaamde test markt. Als je het hier redde, kon je het overall maken. Vandaar dat alle bands hier optraden. Een van de meest geweldige concerten die ik ooit bijwoonde, was een zogenaamde double bill: Slade en The Stooges, in januari 1974. Iedereen die tot over z’n oren in de muziek zat, was op de eerste rij te vinden. Iggy and the Stooges maakten zo’n indruk dat al mijn vrienden in de weken en maanden daarna hun eigen bandjes begonnen. Die avond werd de kiem gelegd voor The Cramps, The Pagans, Rocket From The Tombs, The Dead Boys en anderen. Ook ik werd weggeblazen. Ik weet nog dat een jongen ons een lift naar huis aanbood, Dave ‘E’ McManus. Hij vertelde me dat hij net een eigen band was begonnen, Electric Eels. We kwamen bij zijn huis aan, we gingen naar binnen en hij gaf mij de eerste twee Stooges albums. We werden heel goede vrienden. Ik ben zo blij dat dit allemaal gebeurde. We waren een heel klein groepje, een eenheid van outsiders.”

Billy

“Ik ontmoette Billy op 3 oktober 1977 op een platenbeurs in het Diplomat Hotel in New York. Ik liep naar zijn kraampje en vroeg of hij een exemplaar had van You Must Be A Witch van The Lollipop Shoppe. Die had hij en hij verkocht ‘m aan mij. We raakten in  gesprek. Ik had een blaadje had dat helemaal gewijd was aan The Flamin’ Groovies, een van mijn favoriete groepen aller tijden. Hij nodigde mij uit om langs te komen in zijn appartement in Brooklyn. Het eerste waar mijn oog op viel was een enorme Flamin’ Groovies poster aan de muur. ‘Dat is helemaal mijn type’, dacht ik meteen. We waren vanaf dat moment onafscheidelijk. Hij had ook een magazine, Kicks, vernoemd naar de hit van Paul Revere and the Raiders. We besloten ze samen te voegen, waarbij we de naam Kicks handhaafden. Het was gewijd aan obscure, rauwe rock-‘n-roll, rhythm’-n-blues en garagerock. We besteedden ook aandacht aan coole films en boeken. Het was een blad met een attitude: ‘wij hebben gelijk, jij hebt ’t fout.’”

Norton

“Het was nooit ons plan om een eigen label te beginnen. Een van de issues van Kicks in 1986 bevatte een verhaal over Hazel Adkins. Niemand had zijn muziek gehoord, dus besloten we een album uit te brengen, als een soort aanvulling op het stuk. Het was bedoeld als iets eenmaligs. Niet veel later hoorden we dat zanger Esquirita uit de gevangenis ontslagen was. We kwamen met hem in contact en besloten ook een van zijn platen uit te brengen. Zo is Norton begonnen. Sinds die tijd hebben we platen uitgebracht van o.a. Gene Vincent, The Sonics, Charlie Feathers, Doug Sahm, Link Wray, Sun Ra en vele anderen. Het gaf veel voldoening om dat allemaal onder het stof vandaan te toveren. Het was ook muziek die we zelf speelden. Ik heb een jaar bij The Cramps gedrumd, op verzoek van zanger Lux Interior, al was ik toen helemaal geen muzikant. Later was ik ook lid van Nervous Rex. Billy en ik hebben ook nog in The A-Bones gespeeld.”

Sandy

“We hebben veel geweldige jaren gehad. We leefden niet luxe. Ons label bestierden we uit liefde voor muziek, we werden niet gemotiveerd door geld. Norton deed het prima, tot die dag, 29 oktober 2012. Ons pakhuis en mailorder centrum werden ernstig beschadigd door orkaan Sandy. Ik weet nog dat ik er stond, tot aan mijn knieën in het water, allerlei spullen die om mij heen dreven. Het was niet alleen onze voorraad, maar ook ons complete archief. Posters, contracten, magazines en nog veel meer. Het was een hartverscheurend schouwspel. Billy was optimistisch, zoals hij dat altijd was. ‘Dit is niet het einde, dit is een uitdaging.’ Hij had gelijk. Het gevoel dat je iets bereikt hebt zul je nooit krijgen als je geen uitdagingen aangaat. Het eerste dat hij deed was wereldkundig maken wat ons overkomen was. En dat we hulp nodig hadden. Ik verwachtte dat drie of vier mensen zouden opduiken. Binnen een paar dagen boden honderden mensen hun hulp aan. We hebben geprobeerd zoveel mogelijk te redden. Aan de waslijnen binnen en buiten ons huis hebben we zoveel mogelijk papierwerk te drogen gehangen. De hoezen waren beschadigd, maar we wisten het meeste vinyl te redden. In die periode waren we al in gesprek met platenmaatschappij Sony over een nooit eerder verschenen Dion album. Ze kwamen langs en kochten een platenschoonmaakmachine voor ons en dozen met witte binnenhoezen. We hadden nieuwe voorraad nodig en onze zakenpartners hielpen waar ze maar konden. Ze gaven kortingen, we mochten later dan gebruikelijk betalen en boden ons ruimtes om onze nieuwe voorraad op te slaan. In Japan, Europa en in Amerika werden benefietfestivals georganiseerd. Overigens waren we wel verzekerd, maar we kregen geen cent uitgekeerd. Het was een natuurramp en dat bleek niet onder de dekking te vallen.”

Kickin’ Child

“Bij Billy was al eens kanker vastgesteld toen hij 49 was. De vooruitzichten waren destijds heel slecht. Hij zou nog drie maanden hebben. Zijn toestand stabiliseerde zich echter en dat bleef tien jaar zo. Twee jaar na Sandy kwam het terug. Hoe heftig de behandelingen ook waren, het optimisme liet Billy nooit in de steek. Hij bleef ook plannen maken. Het laatste project waar we samen aan gewerkt hebben was Kickin’ Child van Dion. We kwamen op het spoor van deze plaat dankzij een compilatie die Scott Kempner van The Dictators voor ons had gemaakt. We raakten betoverd door het nummer Now, maar vonden de rest van het album ook te gek. Het bleek een onuitgebracht album te zijn op Columbia, uit het midden van de jaren zestig. We hebben Sony benaderd en die reageerden met: ‘Dion wil niet dat het album uitkomt, maar mocht hij van mening veranderen, is-ie voor jullie.’ Via een gemeenschappelijke vriend kwamen me in contact met Dion. Tot verrassing van Sony vond hij het juist erg leuk als de plaat alsnog uitkwam. We zijn er dus voor gegaan. Alles hebben we gedaan om het zo goed mogelijk te doen. Het is goed gemasterd en het vinyl is geperst bij de alom gerespecteerde RTI vinylfabriek. Volgens velen was het de reissue van het jaar. Ik ben blij dat het uitgekomen is. Het hielp mij om af en toe de focus op de muziek te houden. Het valt niet te ontkennen dat het zware tijden waren. Stoppen is echter nooit een optie geweest. Er is nog zoveel geweldige muziek die het daglicht nog moet zien. En dan is er nog onze catalogus waarvoor gezorgd moet worden. Billy citeerde graag die unieke, rare teksten van de Ramones. Mijn motto nu zijn de woorden die hij ooit op een kerstkaart schreef: ‘there’s no stoppin’ the cretins from hoppin’.”

Dit is een bewerkte versie van het interview uit het boek Passion for Vinyl II van Robert Haagsma.

Deel deze pagina:
Opmerkingen
Meeste likes Nieuwste Oudste
Je hebt een woord gebruikt dat je niet mag gebruiken
Opmerking plaatsen
Er zijn momenteel nog geen comments geplaatst.
Meer opmerkingen tonen
Bekijk ook