Nieuws
De vele gezichten van David Bowie

De talloze reacties van fans, collega’s en media op de dood van David Bowie, deze week zes jaar geleden, maakten nog eens duidelijk hoe alom geliefd de Britse popster was. Natuurlijk was hij in de eerste plaats een zanger en songschrijver die zijn publiek decennia lang wist te verrassen. David Bowie was echter een fenomeen met nog veel meer kanten.

De doorzetter

Het succes kwam David Bowie bepaald niet aanwaaien. De zanger, toen nog onder zijn eigen naam David Jones, werd al in 1962 op zijn 15e lid van zijn eerste band, The Konrads. De jonge David was behept met een grenzeloze ambitie, maar stelde knarsetandend vast dat zijn collega’s het muzikantenleven een stuk luchtiger opvatten. In een koortsachtige zoektocht naar gelijkgestemde zielen, hopte hij van de ene naar de andere band: The King Bees, The Manish Boys, The Lower Third, The Riot Squad en Feathers. Ondertussen maakte hij ook plaatjes onder de artiestennaam die hij eind 1965 adopteerde: David Bowie. Wat hij ook deed, succesvol was het niet. Toch zette hij door. Uit de vele krabbeltjes die vijf jaar geleden te zien waren in de Bowie-tentoonstelling in het Groninger Museum bleek dat Bowie zelfs in deze broodmagere jaren ontwerpen maakten voor podia die alleen zouden passen in stadions. Zelf leek David Bowie dus nooit aan een goudomrande toekomst getwijfeld te hebben. De zoete geur van succes prikkelde in de zomer van 1969 voor het eerst zijn neus toen hij een verassingshit scoorde met Space Oddity. Toen duurde het toch nog een paar jaar voor hij echt vaste voet onder de grond kreeg.

De vriend

Sterren willen nogal eens geobsedeerd door zichzelf zijn, maar David Bowie bewees meer dan eens daar een uitzondering op te zijn. Zijn vrienden konden altijd op hem rekenen. Vooral Iggy Pop heeft veel aan hem te danken. Begin jaren zeventig gaf niemand een cent om het ongeleide projectiel dat ooit The Stooges had aangevoerd. Juist in die periode leerde de Amerikaan David Bowie kennen. Deze hielp hem afkicken en troonde hem mee naar Londen om daar het album Raw Power op te nemen. Het bezorgde Iggy Pop geen groot succes, maar het markeerde wel het begin van een lange, vruchtbare vriendschap. In de tweede helft van de jaren zeventig raakte Iggy Pop opnieuw in de klauwen van drank en drugs. Een van de weinigen die hem in de psychiatrische inrichting(!) opzocht, was… David Bowie. Hij sleepte hem ditmaal mee naar Berlijn, waar hij meeschreef aan The Idiot en Lust For life, twee albums die hij daarnaast (co-)produceerde. Nog altijd staan ze te boek als de beste soloplaten van Iggy Pop: twee albums waarmee Iggy Pop alsnog zijn naam vestigde. In de jaren tachtig ontfermde David Bowie zich opnieuw om een gevallen jeugdvriend. Zanger en gitarist Peter Frampton was in 1976 doorgebroken met het live album Comes Alive, maar had met een paar onverstandige carrièremoves al zijn krediet verschoten. Bowie nam hem voor zijn Glass Spider Tour van 1987 op in zijn begeleidingsband. “Dat was het keerpunt”, zei Peter Frampton daar later over. “Vanaf dat moment werd ik door de muziekpers en de serieuze muziekliefhebbers weer serieus genomen. David zag dat mijn loopbaan die impuls nodig had en ik zal hem daar altijd dankbaar voor blijven.”

De acteur

Voor een muzikant met zo’n hang naar het visuele was het geen verrassing dat David Bowie uiteindelijk op het witte doek verscheen. Zijn eerste grote rol in Just A Gigolo was in 1979 geen doorslaand succes, maar hij revancheerde zich als acteur in de Broadway-versie van The Elephant Man. Het opende de deur naar heel uiteenlopende rollen in (tv)films als Baal, The Hunger, Merry Christmas, Mr. Lawrence, Absolute Beginners, Labyrinth, The Last Temptation Of Christ, Il Mio West, The Hunger en The Prestige. Vooral Merry Christmas, Mr. Lawrence levert hem veel juichende kritieken op, tot in de doorgaans strenge New York Times toe (‘hij acteert als een geboren filmster’). Hoewel artiesten nogal eens op argwaan van echte acteurs stuiten, waren alle betrokken het er wel over eens dat David Bowie een heel grote acteur had kunnen worden, als hij niet vooral voor de muziek had gekozen.

De pionier

Terwijl zowel artiesten als platenmaatschappijen in de jaren 90 de opkomst van het internet met grote argwaan volgden, zag David Bowie alleen maar kansen. De zanger beschouwde het wereldwijde web als de ideale manier om zijn muziek te verspreiden en met zijn publiek te communiceren. In 1998 lanceerde hij zijn eigen BowieNet, waarbij betalende abonnees toegang hadden tot exclusieve content. Via deze site ging een jaar later ook zijn album Hours in premiere. Zoals dat vaker gebeurt met pioniers, pakte niet alles goed uit. Vanwege deze opzet verkocht de fysieke versie van het album heel slecht, waarna de relatie met zijn platenmaatschappij bekoelde. Als gevolg daarvan weigerde die het volgende album, de coverplaat Toy, uit te brengen waarna een gekwetste David Bowie overstapte naar een nieuw label. Op 7 januari dit jaar verscheen Toy alsnog – een dag voor wat zijn 75ste verjaardag had zullen zijn.

De schilder

Toen David Bowie eind jaren zeventig de coke en andere ongezonde gewoontes afzwoer, maakte dat nieuwe creatieve krachten in hem los. Tijdens een louterend verblijf in Zwitserland nam hij de penseel ter hand. Bowie was er de man niet naar om dingen half te doen, dus stortte hij zich met hart en ziel op zijn nieuwe passie, de schilderkunst. Hij bleek ook hier talent voor te hebben, wat ertoe leidde dat zijn werk o.a. in een galerie in Londen werd geëxposeerd. Op de hoes van zijn album Outside uit 1995 prijkt een close-up van zijn zelfportret. Hij ontpopte zich daarnaast als een getalenteerde tekenaar en fotograaf. Was er iets wat hij niet kon?

De inspiratiebron

De invloed van David Bowie op de popmuziek is immens. Hij brak door als een van de gezichten van de Britse glamrock. Het is dankzij zijn meesterwerk The Rise And Fall Of Ziggy Stardust And The Spiders From Mars (1972) dat het in dat genre om veel meer draaide dan alleen pakkende singles zoals The Sweet en Slade die destijds maakten. Als de Thin White Duke stortte hij zich met het album Young Americans (1975) als een van de eerste witte muzikanten op zwarte Amerikaanse muziektradities als soul en funk, zoals hij niet veel later de Duitse Elektronica op de kaart zette met zijn trilogie aan Berlijnse albums: Low (1977), ‘Heroes’ (1977) en Lodger (1979). In de jaren tachtig was hij muzikaal en visueel het voorbeeld voor heel vele Britse new romantics bands, zoals Duran Duran en The Human League. Zijn nieuwe elektronische fase inspireerde artiesten als Trent Reznor en Marilyn Manson, terwijl David Bowie met zijn altijd wat androgyne verschijning ook in dat opzicht zijn tijd mijlenver vooruit was. Kurt Cobain was zo’n fan van hem dat hij voor de MTV-Unplugged uitzending een prachtige versie van The Man Who Sold The World neerzette. Lady GaGa zag hem als een van haar grote inspiratiebronnen. David Bowie was echter vooral een artiest die zich al vroeg op een heel vanzelfsprekende manier boven de hokjes in de popmuziek verhief. Folk, glamrock, soul, funk, progressieve rock, disco, elektronische muziek, drum and bass, pop, alternatieve rock en nog meer, het waren allemaal kleuren op zijn palet. David Bowie schilderde daarmee een oeuvre bij elkaar waar ook in de toekomst nog vele generaties van zullen genieten. Veel van zijn werk heeft een tijdloze kwaliteit.

Deel deze pagina:
Bekijk ook