Spotlight
In Memoriam 2021

Welke bekende artiesten en muzikanten ontvielen ons tussen januari -en december 2021?

Carlos Marín: 19 december

53: Carlos Marín Menchero: was sinds 2003 lid van het immens populaire klassieke zangkwartet Il Divo. Voor die tijd had hij al naam gemaakt als zanger in een hele reeks films, operettes en musicals. Het grote succes arriveerde echter met Il Divo, dat met de licht-klassieke aanpak miljoenen muziekliefhebbers wist te bereiken. De wereldtournees voerden langs uitverkochte hallen, terwijl de albums meer dan eens de grootste popsterren van de eerste plaats verdreven. Carlos Marín overleed aan de gevolgen van corona.

Hub: 16 december

62: Leonard Nelson Hubbard, zoals hij voluit heette, was bassist en een van de oorspronkelijke leden van The Roots. De uit Philadelphia afkomstige groep was de afgelopen decennia een van de boegbeelden van de Amerikaanse hip-hop. De band ontsteeg de grenzen van het genre door het gebruik van echte instrumenten en de invloeden uit andere stijlen. The Roots werd daarnaast bekend als de huisband van de talkshows van Jimmy Fallon. Hub speelde tot 2007 bij The Roots. Hij overleed aan kanker.

Michael Nesmith: 10 december

78: Robert Michael Nesmith was de zanger en gitarist van The Monkees, een tienerband die eind jaren zestig vooral in Amerika razend populair werd dankzij de gelijknamige tv-serie rond de groep. Hoewel The Monkees een van de eerste voorbeelden van een typische boyband was, gold Michael Nesmith als een muzikaal talent. Hij was dan ook de enige die na het einde van de band zijn loopbaan succesvol vervolgde met meer volwassen muziek. Later participeerde hij wel enkele keren in een Monkees-reünie. Zo stond hij nog enkele weken voor zijn dood op het podium met zijn collega Mickey Dolenz, nu nog de enige levende Monkee.

Steven Bronski: 9 december

61: Steven William Forrest, zoals hij in werkelijkheid heette, was de toetsenist en percussionist van het trio Bronski Beat. Aanvankelijk aangevoerd door zanger Jimmy Somerville scoorde de band in 1984 een Nederlandse nummer 1-hit met het gay-anthem Smalltown Boy. Het vertrek van de karakteristieke Somerville – hij begon zijn eigen Communards – kwam Brinski Beat nooit meer te boven.

Ralph Tavares: 8 december

79: Ralph Edward Vierra Tavares was een van de zangers van de uit vijf broers bestaande Amerikaanse soulband Tavares. Ze werden het meest bekend dankzij hun wereldhit uit 1976: Heaven Must Be Missing An Angel. Ralph Tavares stierf twee dagen voor zijn 80ste verjaardag.

Robbie Shakespeare: 8 december

68: Bassist en producer Robert Warren Dale Shakespeare vormde vanaf het midden van de jaren zeventig een uniek duo met drummer Sly Dunbar. Het onafscheidelijke tweetal was te horen op (letterlijk) talloze reggaeplaten van o.a U-Roy, Peter Tosh, Bunny Wailer, Dennis Brown, Gregory Isaacs, Sugar Minott, Augustus Pablo, Yellowman en Black Uhuru. De twee werden ook regelmatig ingehuurd door grootheden uit de pop en rockmuziek zoals Mick Jagger, Bob Dylan, Jackson Browne, Cyndi Lauper, Joe Cocker, Yoko Ono en Grace Jones

John Miles: 5 december

72: De naam van John Miles zal voor altijd verbonden blijven aan de ultieme ode aan de muziek: Music, zijn grote hit uit 1976. De zanger, muzikant en componist leverde daarnaast bijdragen aan het Alan Parsons Project en werkte hij met Tina Turner. De Brits was sinds de jaren tachtig ook als muzikaal leider betrokken bij het Night Of The Proms spektakel, waarmee hij ook veel in Nederland te zien was.

Arie Ribbens: 3 december

84: De in Eindhoven geboren Arie Ribbens werd vooral bekend als zanger van carnavalsnummers, met Brabantse Nachten Zijn Lang en Polonaise Hollandaise als zijn grootste hits. Hij overleed na een lange periode van ziekte.

Mick Rock: 18 november

72: Mick Rock was geen muzikant, maar een fotograaf die vooral in de jaren zeventig veel iconisch werk afleverde. Hij was de vaste fotograaf van David Bowie, met name in diens Ziggy Startdust periode. De Brit maakte daarnaast de hoesfoto’s voor o.a. Syd Barrett’s The Madcap Laughs, Rory Gallagher's Deuce, Lou Reed's Transformer en Coney Island Baby, Iggy Pop and the Stooges' Raw Power, Queen's Queen II en Sheer Heart Attack, de Ramones' End of the Century and Joan Jett's I Love Rock 'n' Roll.

Graham Edge: 11 november

80: Graham Edge was de drummer en een van de oorspronkelijke leden van The Moody Blues. Hij was in 2018 al met pensioen gegaan, wat ook het einde van de band betekende. De slagwerker schreef ook songs voor The Moody Blues en leverde daarnaast de gedichten die – uitgesproken door hemzelf of zijn collega’s – zo’n belangrijk ingrediënt van het bandgeluid waren. In de jaren zeventig bestierde hij ook zijn eigen Graham Edge Band.

Andy Barker: 6 november

53: Andy Barker was bassist en toetsenist van het uit Manchester afkomstige 808 State. Het collectief vernoemde zich naar de Roland TR-808 drumcomputer en ontpopte zich tot een van de pioniers van de acid house.

Terence ‘Astro’ Wilson: 6 november

64: Zanger, trompettist en percussionist Astro werd in 1979 lid van UB40 en maakte sindsdien alle successen van de Britse reggaeband mee. In 2014 ging hij verder met de door Ali Campbell aangevoerde afsplitsing van UB40. Hij overleed na een kort ziekbed.

Jay Black: 22 oktober

82: Jay Black, geboren als David Blatt, was de zanger van Jay and the Americans. De band had vooral in de jaren zestig veel succes. In dat decennium scoorde het gezelschap hits als Come A Little Bit Closer, Cara Mia en This Magic Moment.

Ron Tutt: 16 oktober

83: Ronald Ellis Tutt zal vooral herinnerd worden als het kloppende hart van de TCB Band, de Taking Care of Business Band die Elvis Presley begeleidde van 1969 tot 1977. De drummer werkte daarnaast met onder anderen The Carpenters, Roy Orbison, Gram Parsons en Neil Diamond.

Dr. Lonnie Smith: 28 september

79: Toetsenist Dr. Lonnie Smith speelde in het kwartet van gitarist George Benson voor hij onder eigen naam verder ging. Hij maakte onder anderen albums voor het legendarische jazzlabel Blue Note. Dr. Lonnie Smith – de titel had hij zichzelf cadeau gedaan – gold als een van de beste Hammond-spelers van zijn tijd.

Alan Lancaster: 26 september

72: Bassist en zanger Alan Lancaster was samen met zanger-gitarist Francis Rossi oer-lid van de Britse hardrockband Status Quo. Hij verliet de band in 1985 en ging in Australië wonen. In 2013 en 2014 participeerde hij wel in de succesvolle Frantic Four-reünietournee van zijn oude band, waarbij hij een breekbare indruk maakte. Hij overleed aan de gevolgen van multiple sclerose.

Pee Wee Ellis: 23 september

80: Alfred James Ellis was een Amerikaanse saxofonist, componist en arrangeur. Hij werd het meest bekend als lid van James Brown. Zo was hij te horen in klassiekers als Cold Sweat en Say It Loud – I'm Black and I'm Proud, nummers waaraan hij ook meeschreef. Ellis werkte daarnaast met onder anderen Van Morrison.

Richard H. Kirk: 21 september

65: De Britse muzikant Roland Harold Kirk was lid van Cabaret Voltaire, een tweemansformatie die van grote invloed zou zijn op elektronische muziek, dance en industrial. Vanaf 1994 ging hij verder als solo artiest onder zijn eigen naam. In 2014 trad Kirk weer op als Cabaret Voltaire.

Sarah Dash: 20 september

76: Sarah Dash was een van de zangeressen van het soultrio Labelle dat in 1974 een wereldhit scoorde met Lady Marmalade (‘Voulez-vous coucher avec mois?’). In de loop van haar lange carriere deed ze naast solowerk ook sessiewerk, onder anderen voor The Rolling Stones en Keith Richards-solo.

María Mendiola: 11 september

69: María Mendiola maakte samen met Mayte Mateos deel uit van het duo Baccara, dat eind jaren zeventig veel succes had de hits Yes Sir, I Can Boogie en Sorry, I’m A Lady. In de jaren tachtig scheidden hun wegen zich en voerden ze beiden hun eigen versie van Baccara aan.

Sarah Harding: 5 september

39: Sarah Nicole Harding was een zangeres, model en actrice. Ze brak door als finaliste in de talentenjacht Popstars: The Rivals waarmee ze een plaatsje won in de meidenband Girls Aloud, waarmee ze liefst 20 top-10 hits scoorde. Eerder dit jaar maakte ze bekend te lijden aan borstkanker, de aandoening waar ze ook aan overleed.

Lee Perry: 29 augustus

85: Lee ‘Scratch’ Perry, geboren als Rainford Hugh Perry, was een Jamaicaanse reggaepionier. Hij maakte niet alleen naam met zijn eigen platen, maar was ook een veelgevraagd producer die werkte met o.a. Bob Marley and the Wailers, The Congos, Junior Murvin, Adrian Sherwood en The Clash. Lee ‘Scratch’ Perry gebruikte de studio als instrument. Veel van zijn producties bevatten dan ook geluidseffecten als galm en echo. Een geniale, grillige en kleurrijke alleskunner die tot op hoge leeftijd actief bleef.

Charlie Watts: 24 augustus

80: Charlie Watts was de wandelende contradictie van The Rolling Stones. Hij was een cruciaal lid van de band en ontpopte zich tijdens de optredens tot een ware publiekslieveling. Terwijl de band zich vooral in de jaren zestig en zeventig te buiten ging aan decadentie, bleef hij de ongenaakbare en vooral erg beschaafde Brit die zich daar verre van hield. De drummer zou pas in de jaren tachtig enige tijd bezwijken door de verlokkingen van drank en drugs. Hij was lid van The Rolling Stones sinds januari 1963 en bleef de band ook altijd trouw, maar het was geen geheim dat hij voor elke tournee weer overgehaald moest worden om weer mee te doen. Veel liever bracht hij zijn tijd door op zijn paardenfokkerij. Charlie Watts was met zijn swingende, eigenzinnige, door jazz beïnvloedde stijl vooral een essentieel onderdeel van de typische Stones-sound. Zonder hem zal de band nooit meer dezelfde zijn. 

Eric Wagner: 22 augustus

62: Eric Wagner was de zanger van de invloedrijke Amerikaanse doom metal formatie Trouble, die muziek maakte in de stijl van Black Sabbath. Een van de albums waarop zijn stem te horen was, was het door Rick Rubin geproduceerde titelloze album uit 1990, dat op diens Def American label uitkwam. Wagner stierf aan complicaties van COVID-19.

Brian Travers: 22 augustus

62: Saxofonist Brian Travers was een van de oorspronkelijke leden van de Britse reggaeband UB40, die in de loop van de jaren hits scoorde met songs als Red Red Wine,  Can't Help Falling in Love en I Got You Babe. De muzikant overleed aan kanker, een ziekte waar hij al eerder aan geopereerd was.

Don Everly: 21 augustus

84: Samen met zijn in 2014 overleden broer Phil maakte Don decennia lang deel uit van The Everly Brothers. In het rock-‘n-roll tijdperk onderscheidden ze zich met hun perfecte samenzang die van invloed was op het geluid van o.a. The Beatles, The Beach Boys, Simon & Garfunkel en The Bee Gees. In latere jaren omarmden de broers ook andere stijlen, zoals countryrock op het invloedrijke album Roots. Zo mooi als hun stemmen samen klonken, zo turbulent was hun persoonlijke relatie. In de jaren zeventig braken ze zelfs met elkaar, maar in de jaren tachtig volgde een glorieuze comeback met het door Paul McCartney geschreven On The Wings Of A Nightingale.

Nanci Griffith: 13 augustus

68: De Amerikaanse zangeres Nanci Griffith was een van de boegbeelden van de Americana, een mix van folk en country. Ze had decennialang succes onder eigen naam, maar schreef ook voor andere muzikanten. Ze werd daarnaast bekend dankzij duetten met andere grootheden als Emmylou Harris, John Prine, Willie Nelson, Jimmy Buffett en Don McLean.

Joey Ambrose: 9 augustus

87: Joseph D'Ambrosio was een Amerikaanse saxofonist die deel uitmaakte van The Comets, de begeleidingsband van rock-‘n-roll zanger Bill Haley. Zijn spel was dan ook te horen in de twee iconische hits Rock Around The Clock en Shake, Rattle And Roll.

Dennis ‘Dee Tee’ Thomas: 7 augustus

70: Altsaxofonist Dennis ‘Dee Tee’ Thomas maakte sinds 1964 deel uit van Kool and the Gang en was daarmee een van de oorspronkelijke bandleden. Hij was er dan ook bij toen zijn groep grote hits scoorde met o.a. Ladies’ Night, Celebration, Get Down On It en Cherish.

Dusty Hill: 28 juli

72: Joe Michael "Dusty" Hill was bassist van ZZ Top, een band die ruim vijftig jaar niet van samenstelling zou veranderen. Het uit Texas afkomstige trio speelde in de jaren zeventig vooral ambachtelijke bluesrock, maar de mannen met de baarden boorden in de jaren tachtig een groot nieuw publiek aan door een flinke dosis elektronica aan de muziek toe te voegen. Het leverde met Gimme Al Your Lovin’, Sharp Dressed Man en Legs de grootste hits uit de loopbaan op. Na de dood van Dusty Hill werd zijn plaats, conform zijn wensen, ingenomen door gitaartechnicus Elwood Francis.

Joey Jordison: 26 juli

46: Nathan Jonas "Joey" Jordison was de drummer en een van de oorspronkelijke bandleden van het Amerikaanse Slipknot. De band groeide in de jaren negentig dankzij keiharde muziek, angstaanjagende maskers en een spectaculaire live show uit tot een van de smaakmakers van de moderne metal. Joey Jordison was daarnaast actief in bands als Murderdolls, Scar The Martyr en Sinsaenum.

Mike Howe: 26 juli

55: Mike Howe was de zanger van Metal Church, een populaire Amerikaanse metal band waarvan hij sinds 1988 lid was.

Bobby Reinhardt: 17 juli

71: Als zanger en violist leverde Robert Eugene ‘Bobby’ Reinhart een belangrijke bijdrage aan het opvallende geluid van de Amerikaanse rockband Kansas. Hij was van 1973 tot 1982 lid van de succesvolle groep. De muzikant maakte een comeback in 1997 die bijna tien jaar duurde. Op het moment van zijn overlijden werkte hij aan een soloplaat.

Biz Markie: 16 juli

57: Marcel Theo Hall alias Biz Markie was een Amerikaanse rapper, deejay en producer. In 1989 scoorde hij zijn grootste hit met Just A Friend. Zijn nummer Nobody Beats The Biz werd in maar liefst 112 nummers gebruikt als sample. Zijn bijnaam luidde de ‘Clown Prince of Hip-hop’. Hij leed aan suikerziekte en overleed aan de gevolgen van een beroerte.

Raffaella Carrà: 5 juli

78: Raffaella Carrà was een Italiaanse presentatrice, danseres, actrice en zangeres die een grote populariteit genoot in Italië, Spanje en Zuid-Amerika. Nederland leerde haar vooral kennen dankzij de hit A Far L'amore Comincia Tu waarmee ze eind 1977 de 3e plaats in de Top 40 haalde.

John Lawton: 29 juni

74: De Britse zanger  John Cooper Lawton, zoals hij voluit heette, werkte aanvankelijk veel in Duitsland. Hij was lid van de progressieve rockband Lucifer’s Friend en het pop-gospel gezelschap Les Humphries SIngers. Het bekendst werd hij echter als zanger van de Engelse hardrockband Uriah Heep, waar hij van 1976 tot 1979 deel van uitmaakte.

Wes: 25 juni

57: Wes Madiko was een uit Kameroen afkomstige muzikant die internationaal vooral bekend werd dankzij zijn succesvolle vertolking van Upendi, afkomstig uit de film The Lion King II: Simba's Pride. Hij werkte daarnaast met Deep Forest en scoorde in 1997 onder eigen naam een enorme hit met Alane.

B.J. Thomas: 29 mei

78: Billy Joe Thomas was een Amerikaanse popzanger die vooral herinnerd zal worden aan zijn wereldhit uit 1969: "Raindrops Keep Fallin' On My Head. Later in zijn loopbaan legde hij zich meer toe op religieus en countryachtig materiaal.

John Davis: 25 mei

66: John Davis bleek een van de echte zangers te zijn achter de façade die eind jaren tachtig als Milli Vanilli de wereld veroverde. Zij was hij te horen in de met een Grammy onderscheiden wereldhit Girl You Know It’s True. John Davis overleed aan de gevolgen van corona.

Nick Kamen: 4 mei

59: Nick Kamen was een Britse zanger en fotomodel. Zijn doorbraak in 1985 dankte hij aan een populaire reclame voor Levi’s spijkerbroeken, waarin hij zich in een wasserette uitkleedt. Hij maakte nadien naam als zanger. Zo scoorde hij in 1986 een hit met Each Time You Break My Heart, met achtergrondzang van Madonna. In 1990 scoorde hij zijn tweede grote hit met I Promised Myself. Nick Kamen overleed na een lang ziekbed.

Lloyd Price: 3 mei

88: Lloyd Price was een Amerikaanse rock-n-roll en rhythm-‘n-blues zanger, componist, bandleider en labeleigenaar. Zijn grootste hit scoorde hij in 1959 met Personality, wat hem de bijnaam ‘Mr. Personality’ opleverde.

Anita Lane: 28 april

61: Anita Lane maakte ooit deel uit van The Bad Seeds, de begeleidingsband van de Australische zanger Nick Cave – waarmee ze destijds ook een relatie had. Later vervolgde ze haar loopbaan onder eigen naam.

Paul Couter: 27 april

72: Paul Decoutere, zoals hij voluit heette, was een Belgische gitarist. In de jaren zeventig werkte hij veel samen met zanger Arno Hintjes. Hij volgde hem aanvankelijk ook in de nieuwe band T.C. Matic, maar ging al snel weer zijn eigen weg. Hij bleef actief, o.a. als uitbater van een café en als straatmuzikant.

Shock G: 22 april

57: Gregory Edward Jacobs beter bekend als Shock G was de zanger en rapper van de Amerikaanse hip-hop formatie Digital Underground, die in 1990 een grote hit scoorde met The Humpty Dance.

Les McKeown: 20 april

65: Leslie Richard McKeown was de zanger van de Bay City Rollers, een Schotse band die halverwege de jaren zeventig razend populair was bij een jong publiek. Het vijftal scoorde hits als Bye, Bye, Baby, Give A Little Love en Saturday Night. Les McKeown overleed als gevolg van een hartaanval.

Jim Steinman: 19 april

73: Componist en producer James Richard Steinman was de grote man achter het monstersucces van Meat Loaf’s Bat Out Of Hell, waarop ook de Nederlandse nummer-1 hit Paradise By The Dashboard Light op stond. Hij was ook betrokken bij opvolgers van dit album en werkte daarnaast met uiteenlopende zangers en bands als The Sisters of Mercy, Celine Dion, Bonnie Tyler, Boyzone, Air Supply en Barry Manilow. Zijn kenmerkende bombastische stijl bleek ook geschikt voor verschillende musicals waaraan hij een bijdrage leverde. Hij overleed aan nierfalen.

Rusty Young: 14 april

75: Norman Russell "Rusty" Young was de zanger, gitarist en componist van Poco, een Amerikaanse band die vanaf 1968 een belangrijke rol speelde in de ontwikkeling van de countryrock. De band stopte in 2013 met toeren, maar bleef wel bestaan. Rusty Young overleed aan een hartaanval.

DMX: 9 april

50: DMX was de artiestennaam van rapper en acteur Earl Simmons. Hij brak door met de albums It’s Dark And Hell Is Hot uit 1998 en het een jaar later verschenen …And Then There Was X, dat de hit Party Up (Up In Here) bevatte. Hij was daarnaast te zien in bioscoopfilms als Belly, Romeo Must Die en Exid Wounds. Ondanks de vele successen was het leven van DMX turbulent, waarbij hij regelmatig in aanraking met de autoriteiten kwam. Zoals zijn drugsgebruik evenmin een geheim was. Het speelde ook een rol in zijn dood als gevolg van een hartaanval die hem op 2 april trof.

Morris ‘B.B.’ Dickerson: 2 april

71: Zanger en bassist B.B. Dickerson was een van de oorspronkelijke leden van War. Hij maakte van 1969 tot 1979 deel uit van de invloedrijke Amerikaanse funkband. Een van zijn belangrijkste wapenfeiten was het door hem gezongen The World Is A Ghetto, het titelnummer van het succesalbum uit 1972.

Oscar Kraal: 1 april

50: Oscar Kraal was een Nederlandse topdrummer die ook nog eens een enorme veelzijdigheid aan de dag legde. Hij begon in een metalband, maar maakte echt naam als slagwerker bij o.a. Keith Kaputo, Anouk, Frank Boeijen, Candy Dulfer en Van Dik Hout. Hij was daarnaast docent aan het Conservatorium van Amsterdam.

Chris Barber: 2 maart

90: Donald Christopher Barber was het boegbeeld van de Britse jazz. Zijn invloed reikte echter veel verder. Hij speelde bas op de klassieker Rock Island Line van Lonnie Donnegan, een nummer waarmee de zogenaamde skiffle rage door ontketend werd, waar o.a. The Beatles uit voortkwamen. Chris Barber bleef zelf veel optreden en albums maken, maar speelde tegelijkertijd als bandleider en concertorganisator een belangrijke rol in de opkomst van de blues, rhythm’n’blues en beat in zijn eigen land.

Bunny Wailer: 2 maart

73: De wereld leerde Neville O'Riley Livingston alias Bunny Wailer kennen als een van de leden van het trio The Wailer, waar ook de latere reggaegrootheden Peter Tosh en Bob Marley deel van uitmaakten. In 1976 bracht hij zijn eerste soloplaat uit: Blackheart Man, dat inmiddels te boek staat als een van de ultieme reggaeklassiekers. Vele albums volgden, waarbij de charismatische zanger ook regelmatig bleef optreden. In 2018 werd hij getroffen door een beroerte. De zanger stierf op Jamaica, na een periode waarin hij worstelde met zijn gezondheid. Hij was de laatste nog levende Wailer en gaat de geschiedenis in als een van de belangrijkste reggaezangers die Jamaica ooit voortbracht. 

U-Roy: 17 februari

78: Ewart Beckford, beter bekend onder zijn artiestennaam U-Roy, was een van reggaepioniers. Hij begon zijn loopbaan in de jaren zestig als deejay en ontwikkelde een stijl van praten over reggaeritmen die later bekend werd als ‘toasten’.

Louis Clark: 12 februari

73: Als arrangeur en dirigent leverde Louis Clark een grote bijdrage aan het orkestrale geluid van het Britse ELO. Hij stond bandleider Jeff Lynne bij op albums als Eldorado, Face The Music, Out Of the Blue en Discovery. Hij verzorgde daarnaast ook orkestpartijen voor o.a. Ozzy Osbourne, Asia, Roy Orbison en America. Louis Clark overleed na een ziekbed van enkele maanden.

Chick Corea: 9 februari

79: De Amerikaanse toetsenist, componist en bandleider Armando Anthony ‘Chick’ Corea was een van de meest prominente jazzmuzikanten van de afgelopen zestig jaar. Vroeg in zijn loopbaan werkte hij al met andere grootheden als Herbie Mann  en Stan Getz. Nadat hij was toegetreden tot de band van trompettist Miles Davis leverde hij een belangrijke bijdrage aan het ontstaan van jazz fusion. Hij vervolgde die weg in de jaren zeventig met zijn eigen band: het invloedrijke Return To Forever. Ondertussen bleef hij solo en met anderen een productieve muzikant. Chic Corea overleed aan kanker.

Mary Wilson: 8 februari

76: Mary Wilson was zangers van The Supremes, de meest succesvolle act die door platenmaatschappij Motown in de jaren zestig gelanceerd werd. Het vocale trio, aangevoerd door Diana Ross, scoorde wereldhits als Where Did Our Love Go, Baby Love, Stop! In The Name Of Love en I Hear A Symphony. Haar vertrek in 1977 betekende ook het definitieve einde van de groep, waarna de Mary Wilson in Las Vegas een succesvolle carrière als solozangeres opbouwde.

Hilton Valentine: 29 januari

77: Hilton Stewart Paterson Valentine zoals hij voluit heette, was de oorspronkelijke gitarist van The Animals. Zijn spel was dan ook te horen in de hit die de Britse band in 1964 scoorde: House Of The Rising Sun.

Phil Spector: 16 januari

81: Phil Spector groeide dankzij zijn werk met groepen als The Ronettes, The Crystals en The Righteous Brothers uit tot een van de meest succesvolle componisten en producers van de jaren zestig. Zijn werk kenmerkte zich door een overdadige instrumentatie, de zogenaamde ‘wall of sound’. Hij maakte met Ike & Tina ook de klassieker River Deep Mountain High. De loopbaan van de Amerikaan kende een tweede piek dankzij zijn betrokkenheid bij The Beatles, waarvoor hij het album Let It Be produceerde. In die rol was hij later ook betrokken bij cruciale soloplaten van John Lennon en George Harrison. Hoewel zijn succes in de jaren zeventig sterk afnam, werkte Phil Spector nog wel met grootheden als Leonard Cohen, Dion en de punkband Ramones. Tijdens zijn loopbaan gingen al verhalen rond over zijn grillige en soms gewelddadige gedrag. In 2003 werd actrice Lana Clarkson doodgeschoten in zijn landhuis aangetroffen. Een moord waarvoor hij zes jaar later veroordeeld werd. De ooit zo gevierde producer stierf in de gevangenis aan de gevolgen van COVID-19. 

Sylvain Sylvain: 13 januari

69: Sylvain Mizrahi, beter bekend als Sylvain Sylvian, was in de jaren zeventig een van de gitaristen van de New York Dolls; een Amerikaanse band die van grote invloed zou blijken te zijn op het ontstaan van de punk.

Tim Bogert: 13 januari

76: John Voorhis ‘Tim’ Bogert III zoals hij voluit heette was bassist van de Amerikaanse rockband Vanilla Fudge, die in 1967 een hit scoorde met een heavy uitvoering van de Supremes-klassieker You Keep Me Hanging On. Hij zette zijn loopbaan voort met Cactus en werkte als lid van het trio Beck, Bogert & Appice later samen met de Britse gitaarlegende Jeff Beck.

Gerry Marsden: 3 januari

78: Gerry Marsden was de zanger van Gerry and the Pacemakers, die net als The Beatles uit de Britse havenstad Liverpool afkomstig was. Ze deelden ook de manager Brian Epstein. De groep had in de jaren zestig internationaal succes en zal vooral herinnerd worden dankzij de als definitief beschouwde versie van You’ll Never Walk Alone. De hit uit oktober 1963 groeide uit tot het lijflied van verschillende voetbalclubs, waaronder Liverpool en Feyenoord.

Deel deze pagina:
Opmerkingen
Meeste likes Nieuwste Oudste
Je hebt een woord gebruikt dat je niet mag gebruiken
Opmerking plaatsen
Er zijn momenteel nog geen comments geplaatst.
Meer opmerkingen tonen
Bekijk ook