Spotlight
De Anekdote

‘Is er iemand hier die kan drummen?’

Het is iets waar we als puber allemaal wel eens over gedroomd hebben: een keertje meespelen met onze favoriete band. Op 20 november 1973 werd die droom werkelijkheid voor de 19-jarige Scott Halpin tijdens een optreden van The Who, de Britse band die hij adoreerde. In de tweede helft van de show mocht hij een paar nummers lang de plaats innemen van de legendarische drummer Keith Moon, die vanwege – kuch – slecht gevallen eten niet in staat was om verder te spelen.

In de laatste maanden van 1973 toerde The Who door Amerika ter promotie van Quadrophenia, een juichend ontvangen conceptalbum dat alom gezien werd als een waardige opvolger van Tommy. In artistiek opzicht mocht de band in topvorm zijn, achter de schermen stormde het inmiddels hevig. Drank en drugs waren bij de Britse rockband sowieso nooit ver weg, maar vooral drummer Keith Moon was zichzelf helemaal kwijtgeraakt in alles wat het woeste rock-‘n-roll leven hem te bieden had.

Dat bleek eens te meer toen Keith Moon ’s middags aankwam bij het Cow Palace in Daly City, een voorstad van San Francisco, waar de band die avond voor zo’n 14.000 fans zou optreden. Het was de eerste datum van de Amerikaanse tournee. Vanwege de complexiteit van het Quadrophenia-materiaal was voor de drummer tamelijk nerveus over dit debuut. In de pogingen om zijn zenuwen onder controle te krijgen, nam de muzikant geen halve maatregelen. Hij slikte een dosis ketaminepillen die krachtig genoeg was om een volwassen paard onder zeil te krijgen. Alles werd elegant weggespoeld met een mooi flesje brandy.

Het optreden begon volgens de planning. In de zaal werd het al snel duidelijk dat er iets niet in de haak was. Keith Moon was in sommige nummers zijn vertrouwde, maniakale zelf, maar leek in andere delen van de show er nauwelijks met zijn gedachten bij te zijn. Na zo’n 70 minuten, uitgerekend midden in het iconische nummer Won’t Get Fooled Again, tuimelde de drummer van zijn krukje. Gitarist Pete Townshend probeerde het opstekende rumoer in de zaal te onderdrukken met wat grapjes. Die rare Keith had vast iets verkeerd gegeten.

De arme drummer kreeg backstage een shot cortisone in de bil en werd onder een koude douche geplant. Na een onderbreking van zo’n 30 minuten leek Keith Moon weer voldoende bij kennis om weer plaats te nemen achter zijn drumstel. Hij speelde even mee met de hit Magic Bus, om al snel opnieuw buiten kennis te raken. The Who speelde nog even verder als trio, maar uiteindelijk sprak Pete Townshend toch de inmiddels legendarische woorden: ‘is er iemand hier die kan drummen?’

Het was niet Scott Halpin zelf die zijn hand opstak. Zijn vriend, waarmee hij naar het optreden was gekomen, gebaarde naar Who-roadies dat zijn metgezel een prima slagwerker was. De 19-jarige Halpin was behalve een idolaat Who-fan inderdaad een redelijk ervaren drummer. Hij liet zich dan ook gewillig het podium opsleuren. Om de zenuwen te bezweren kreeg ook hij een glas brandy in de handen gedrukt, waarna het grote avontuur kon beginnen. Heel solide, zonder de franje van Keith Moon, begeleidde hij de band tijdens de blues-achtige improvisaties van Smokestack Lightning en Spoonful, plus het nummer Naked Eye. De invaller volgde daar zo goed als hij kon de aanwijzingen die Pete Townshend hem met handgebaren gaf.

Na afloop van de show werden Scott Halpin en zijn vriend backstage warm onthaald met drank en snacks, terwijl hij voor bewezen diensten een tourjack kreeg. Halpin bleef in de jaren die volgden actief in de muziek. Hij drumde in diverse bands, was manager van rockclubs en werd later in zijn leven grafisch ontwerper. In 2008 overleed hij als gevolg van een hersentumor. Zijn echtgenote stuurde een bericht naar het management van The Who. Tot haar verrassing reageerde Pete Townshend met een persoonlijke brief waarin hij aangaf nog regelmatig ‘met warmte en affectie’ aan Scott Halpin terug te denken. Ook schreef hij dat hij bewondering had voor de jeugdige overmoed waarmee deze buitenkans gegrepen had. ‘Hij speelde briljant de drums, lachte en ging naar huis.’

Keith Moon zelf wist nooit meer te ontsnappen aan de scherpe klauwen van het rock-‘n-roll leven. In de jaren na het incident in het Cow Palace bleef de drummer het nieuws halen met zijn van drank en drugs doordrenkte excessen. Als lid van The Who was hij nog te horen op de albums The Who By Numbers en Who Are You. Op die laatste plaat was echter weinig meer te merken van de oerkracht waarmee hij ooit zijn immense drumstel te lijf ging. Op 7 september 1978, drie weken nadat die plaat was uitgekomen, liet zijn moegestreden lijf hem definitief in de steek. Hij was nog maar 32 jaar oud.

Deel deze pagina:
Opmerkingen
Meeste likes Nieuwste Oudste
Je hebt een woord gebruikt dat je niet mag gebruiken
Opmerking plaatsen
Er zijn momenteel nog geen comments geplaatst.
Meer opmerkingen tonen
Bekijk ook
Spotlight
Combat Rock: De laatste Clash-klassieker

Het is 40 jaar geleden dat The Clash na veel schaven en schrappen het vijfde album Combat Rock presenteerde. Terug naar de eenvoud leek daarbij het motto van de Britse band te zijn. Het succes was groot. Het album bevatte met Rock The Casbah en Should I Stay Or Should I Go twee wereldhits. Vanwege het jubileum is het album opnieuw op vinyl en cd verschenen, met als bonustracks The People’s Hall repetitieopnamen.