Spotlight
De tien van... Philly Soul

De eerste helft van de jaren zeventig werden de internationale dansvloeren gedomineerd door de weelderig klinkende soul zoals die in Philadelphia gemaakt werd. De platen van acts als Billy Paul, The O’Jays, The Jacksons, The Three Degrees, Harold Melvin & The Blue Notes, Patti Labelle, Lou Rawls en Teddy Pendergrass kwamen uit via Philadelphia International Records. Het label werd vijftig jaar geleden opgericht. 

Philly Soul was de verbindende schakel tussen de soul zoals die in de jaren zestig door labels als Atlantic en Motown uitgebracht werd en de disco die eind jaren zeventig de voetjes van de lichtgevende dansvloer kreeg. Het geluid was dankzij de weelderige arrangementen met een belangrijke rol voor strijkers, blazers en koortjes heel herkenbaar. Veel songs werden geschreven en geproduceerd door hetzelfde team: Kenny Gamble, Leon Huff en Bunny Sigler, waarbij vaak gebruikt gemaakt werd van een vaste groep sessiemuzikanten.

De albums en singles werden ook nog eens vrijwel allemaal opgenomen in de Sigma Sound Studio in Philadelphia. Nog een overeenkomst: alles klonk geweldig. De songs warden louter met topmuzikanten opgenomen, terwijl de zangers, zangeressen en koortjes nog geen autotune nodig hadden om zuiver te zingen. Sterker nog, de Philly soul bracht alleen maar topvocalisten voort.

Toch bood het Philadelphia International Records label ook veel variatie. Van deemoedige ballades tot uitgelaten soulstampers. En van hartstochtelijke love-songs tot opzwepende protestsongs. De bloeitijd van het geluid en daarmee ook van de platenmaatschappij duurde tot eind jaren zeventig , waarna de Philly soul van de dansvloeren verdreven werd door de disco zoals die vooral in New York en Los Angeles gemaakt werd. Toch heeft het geluid van Philadelphia nog niets van z’n charme verloren. Vanwege het 50-jarig jubileum van Philadelphia International Records kozen we tien representatieve tracks uit, allemaal te vinden op de onlangs verschenen compilatie Top 40 Philly Soul – The Ultimate Top 40 Collection.

Billy Paul – Me And Mrs. Jones (1972)

Hoe het is om verscheurd te worden tussen lust en loyaliteit werd zelden zo mooi vertolkt als door de Amerikaanse zanger Billy Paul in Me And Mrs. Jones, een schets van een buitenechtelijke relatie. De door Kenny Gamble, Leon Huff en Cary Gilbert geschreven ballade werd een top 10-hit in Nederland. In Amerika werd er zelfs de eerste plaats van de hitlijst mee gehaald.

The O’Jays – Back Stabbers (1972)

Ondergedompeld in een warm bad van strijkers is dit een typische Philly soul song. Het wiegt soepel voorbij, maar de angel zit in de tekst: het nummer gaat over ‘vrienden’ die er met je geliefde vandoor gaan zodra ze daar de kans voor krijgen. Er wordt gerefereerd aan Smiling Faces Sometimes van The Undisputed Truth, een psychedelisch soulnummer dat achtervolgd werd door diezelfde amoureuze paranoia.

 

The Three Degrees – Dirty Ol’ Man (1973)

Feyette Pinkney, Valerie Holiday en Sheila Ferguson oftewel The Three Degrees was een van de succesvolste groepen die de Philly soul voortbracht. Het damestrio was al tien jaar actief toen in 1973 de single Dirty Ol’ Man uitgebracht werd. Internationaal deed het weinig, maar het liedje over een naar groene blaadjes lonkende oude bok raakte in Nederland en België wel de juiste snaar: het werd in beide landen zelfs een nummer 1-hit. 

M.F.S.B. feat. The Three Degrees – TSOP (The Sound Of Philadelphia) (1974)

M.F.S.B. oftewel Mother Father Sister Brother was de naam van een immense poel van muzikanten en componisten die de artiesten van het Philadelphia International Records hielpen bij het opnemen van de singles en albums. Het gezelschap bracht ook onder eigen naam platen uit, waaronder de Philly soul klassieker TSOP (The Sound Of Philadelphia). Het was geschreven als tune voor het populaire popprogramma Soul Train, waarin vooral zwarte muziek aan bod kwam.

Harold Melvin & The Blue Notes – Don’t Leave Me This Way (1975)

Het origineel, fenomenaal gezongen door Teddy Pendergrass. Het verscheen pas op single nadat Thelma Houston er in 1976 een hit mee had gescoord. Haar versie groeide uit tot het lijflied van de gay-community die in de jaren tachtig getroffen werd door de Aidsepidemie. Het werd vervolgens in 1986 een wereldhit in de uitvoering van de The Communards, de Britse groep rond zanger Jimmy Sommerville.

Lou Rawls – See You When I Git There (1977)

De in 1933 geboren Lou Rawls had al een heel muzikaal leven achter de rug toen hij onderdak vond bij Philadelphia International Records. Hoewel hij een crooner van het oude stempel was, wist hij zich moeiteloos aan zijn nieuwe omgeving aan te passen. Hij scoorde halverwege de jaren zeventig een hele reeks hits, zoals het soepel klinkende See You When I Git There.

Philadelphia International All-Stars – Let’s Clean Up The Ghetto (1977)

Philly soul was in de eerste plaats een sprankelend soort escapisme, maar de harde realiteit klonk er soms ook in door. Zoals in Let’s Clean Up The Ghetto, waarin een grimmig beeld van het verpauperde New York wordt geschetst. Een stevige tekst die tegenspel krijgt van een onweerstaanbare funkbeat.

The Jacksons – Blame It On The Boogie (1978)

De overstap van Motown naar Philadelphia International Records gaf de loopbaan van The Jacksons in de tweede helft van de jaren zeventig een enorme stimulans. Hoewel het album Destiny in 1978 via het Epic-label verscheen, klonk de echo van de Philly soul nog altijd door. Zoals ook te horen was op de hit die de plaat opleverde: Blame It On The Boogie.

Frantique – Strutt Your Funky Stuff (1979)

Disco mocht dan een einde maken aan de dominantie van de Philly soul, maar dat betekende niet dat Philadelphia International Records er geen antwoord op had. Strutt Your Funky Stuff van Frantique was een onweerstaanbare disco-track, waarmee in verschillende Europese landen de hitparade gehaald werd.

The Jones Girls – (I Found) That Man Of Mine (1981)

The Jones Girls bestond uit Brenda, Shirley and Valorie Jones, die aanvankelijk achtergrondzangeres waren bij Aretha Franklin, Lou Rawls, Teddy Pendergrass en Diana Ross. Eind jaren zeventig kwamen zo onder eigen naam onder contract bij Philadelphia International Records te staan, waarvoor ze een drietal prima platen opnamen. Van de laatste was (I Found) That Man Of Mine afkomstig. Veel keyboards, heel erg jaren tachtig, de Philly soul was een nieuw tijdperk ingegaan.

Deel deze pagina:
Bekijk ook
Spotlight
Combat Rock: De laatste Clash-klassieker

Het is 40 jaar geleden dat The Clash na veel schaven en schrappen het vijfde album Combat Rock presenteerde. Terug naar de eenvoud leek daarbij het motto van de Britse band te zijn. Het succes was groot. Het album bevatte met Rock The Casbah en Should I Stay Or Should I Go twee wereldhits. Vanwege het jubileum is het album opnieuw op vinyl en cd verschenen, met als bonustracks The People’s Hall repetitieopnamen.