Spotlight
Radiohead: avontuurlijk en eigenzinnig: Amnesiac

Precies twintig jaar geleden, op 5 juni 2001, verscheen Amnesiac, het vijfde album van Radiohead. Sommige fans van het eerste uur hoopten in stilte dat de groep daarop zou terugkeren naar het rockgeluid van de vroege platen. Dat gebeurde maar ten dele. Radiohead liet met Amnesiac vooral horen de beste en vooral meest avontuurlijke grote Britse band van het moment te zijn. Drummer Philip Selway over de noodzaak van verandering.

Aanloop

De leden van Radiohead hadden een paar albums lang het spelletje meegespeeld: ingaan op elke uitnodiging van tv-stations, altijd in de houding springen voor fotografen en rondom de release van nieuwe albums een eindeloze reeks interviews afwerken. In de in 2000 verschenen documentaire Meeting People Is Easy werd duidelijk hoe zwaar het de band viel om onder die constante druk te leven. “Die film focuste vooral op de zwarte kant van alles”, erkent drummer Philip Selway. “Toch gaf het een reëel beeld van het leven van een populaire popgroep. We hebben het vast laten leggen om zo onszelf en ons publiek uit te kunnen leggen: kijk daarom willen we het anders doen.”

Dat deed Radiohead inderdaad. Kid A werd uitgebracht met een minimum aan promotie. De band deed nauwelijks interviews, singles werden er niet uitgebracht en de pers kreeg van tevoren geen cd’s opgestuurd. Terwijl het album nog niet uit was, ging de band al wel op tournee, waarbij opgetreden werd in een zelf ontworpen tent. Tijdens die concertreeks werd in september 2000 Nijmegen aangedaan voor twee wonderschone optredens. Wie erbij was wist: dit is een band die zijn artistieke piek bereikt heeft. En dat terwijl er veel materiaal gespeeld werd dat nog niemand nog kende: zeven songs van Kid A en vier van Amnesiac. Philip Selway: “De tournee in de tent is zondermeer het beste dat we ooit hebben gedaan. We speelden niet langer in zalen waar de geur van de vorige rockband nog hing, of waar overal reclameborden schreeuwden om aandacht. We stonden ditmaal in een omgeving die helemaal van onszelf was. Het was alsof we het publiek bij ons thuis hadden uitgenodigd.”

Impasse

Kid A en Amnesiac werden overigens tegelijkertijd opgenomen, tijdens sessies die van januari 1999 tot midden 2000 plaatsvonden in studio’s in Frankrijk, Denemarken en Engeland. De niet geringe opdracht was om een opvolger te maken voor het alom bejubelde OK Computer uit 1997, een instant klassieker waarmee Radiohead doorstootte naar de wereldtop. “We werkten al een tijdje in een bepaald stramien”, weet Philip Selway nog. “Met OK Computer hadden we daarmee het eindstation bereikt. Vanaf dat moment konden we alleen nog maar in herhalingen vervallen. Het was dus nodig om een nieuwe werkwijze te ontwikkelen. We hebben er eindeloos over gediscussieerd. Soms wel twaalf uur achtereen.”

De drummer vertelt dat de impasse doorbroken werd door in muzikaal opzicht alle ramen en deuren open te zetten. “Alles mocht. Vooral experimenteren. We hoefden ons niet langer aan traditionele structuren van popsongs te houden als we dat niet wilden. We hebben alles overboord gezet en zijn gaan experimenteren met ritmes en geluiden. Die drastische omslag was nodig.” Het resultaat daarvan was in oktober 2000 dus te horen op Kid A en een jaar later op Amnesiac, dat op 9 juni 2001 verscheen. Het laatste deel van het tweeluik was wel iets toegankelijker dan het eerste, terwijl ook de gitaar weer een aanzienlijke rol speelde. Verder bood het album opnieuw een avontuurlijke mix aan stijlen: van pop, rock, tot jazz, elektronica van Duitse snit en modern klassieke muziek. In 2000  speelde de band wel even met de gedachte om alle muziek in een keer uit te brengen, als dubbelalbum. “We zijn daar toch op teruggekomen”, vertelt Philip Selway. “We realiseerden ons tijdig dat het wel erg veel muziek in een keer zou zijn. Het was beter om de songs over twee albums te verdelen, waardoor het wellicht iets minder zwaar om de maag zou liggen.”

Overbodig

In de nieuwe muzikale de aanpak bleek er relatief weinig plaats te zijn voor traditionele drums, ondervond Philip Selway. “Er waren momenten dat ik vreesde overbodig te worden, haha! Achteraf zie ik dat het onderdeel van een grote ontwikkeling is geweest. Dat was eveneens een breuk met ons verleden. Het was bovendien zo dat veel songs juist een drumcomputer of een synthesizer nodig hadden. En geen drums. Ik heb daar nu geen moeite meer mee. Alles moet immers buigen voor de muziek. Ook onze ego’s.”

De toon van de teksten was op Amnesiac, net als op de opvolger, opvallend somber. Zanger Thom Yorke leek daarbij herinneringen aan nachtmerries in een soort blender te gooien, waarbij de woorden er in willekeurige volgorde weer uit tevoorschijn kwamen. In enkele gevallen waren de teksten wel heel concreet. Zo was You And Whose Army? een duidelijk sneer richting Tony Blair, de Britse premier die Europa een Irak-oorlog in gerommeld had. Life In A Glass House gaat over een celebrity die opgejaagd wordt door paparazzi. Stevige thema’s, erkent de drummer “We hebben altijd een voorkeur gehad voor donkere muziek en teksten. Dat was al zo voordat we zelf platen gingen maken.”

Pinkpop

Zoals inmiddels traditie was ook aan de vormgeving van het album veel aandacht besteed. De eerste cd-editie van Amnesiac was vormgegeven als een bibliotheekboek, inclusief een harde kaft en een kaartje met datumstempels. Deze versie won een prijs voor beste verpakking van een geluidsdrager tijdens de 44e Grammy Awards. Lof was er ook voor de muziek. De recensies waren euforisch, Amnesiac schoot overal in de wereld hoog de albumlijsten in. Alles wat de band aanraakte, veranderde in goud en platina. Radiohead kon niets verkeerd doen.

Dat bleek eens te meer toen de groep op 4 juni 2001, luttele dagen voor Amnesiac in de winkels lag, als headliner optrad op het Pinkpop festival. De band speelde vooral veel bekend werk van OK Computer en Kid A, plus nummers van het aanstonds te verschijnen nieuwe album. De verwachtingen waren, met de optredens in Nijmegen nog vers in het geheugen, hooggespannen. Ze werden ruimschoots ingelost door een tot op het bot geïnspireerde band. Radiohead speelde daarbij strak en gedisciplineerd. Geen eindeloze jams of jazzy uitstapjes, die immers veel beter gedijen in een zaal of – nog beter – een tent. Alsof de band zich realiseerde dat vernieuwen en experimenteren leuk en noodzakelijk is, maar je het ook niet te gek moet maken.

Deel deze pagina:
Bekijk ook