Spotlight
The White Stripes - Minder is meer

In februari 2011 maakte The White Stripes bekend definitief te stoppen. ‘Om uiteenlopende redenen’, lichtte het persbericht toe. ‘…Maar vooral om te koesteren wat zo mooi en speciaal aan de band was.’ Het was het passende einde van een duo waarin de passie voor de muziek en de integriteit waarmee die gespeeld werd altijd centraal stond. Aan zes baanbrekende albums, een stapel explosieve singles en een reeks onvergetelijke optredens over de hele wereld was simpelweg niets meer toe te voegen. Na veertien opwindende jaren was het tijd voor iets nieuws voor drummer Meg en zanger, gitarist en componist Jack White.

De band kwam in 1997 voort uit het Amerikaanse Detroit, al decennia een onuitputtelijke broedplaats voor blues, soul, rock en punk. Tradities die ook luid en duidelijk doorklonken op de eerste albums van de band, The White Stripes (1999) en De Stijl (2000). Alle elementen van het onweerstaanbare geluid waren al aanwezig: Jack White leek met zijn uitzinnige zang innerlijke demonen uit te willen drijven. In een tijdperk waarin de gitaarsolo een museumstuk leek te zijn geworden, ontpopte hij zich tot een moderne gitaarheld. Zijn extraverte stijl had een ideale tegenhanger in de stoïcijnse drumpatronen van Meg White. Haar spel was minimalistisch en beperkt, maar een betere slagwerker voor The White Stripes was ondenkbaar.

The White Stripes was daarnaast een groep die begrepen had dat goede muziek alleen niet genoeg was. Vooral in de beginjaren hing er een waas van mysterie rond het tweetal. Waren ze broer en zus, zoals een tijdlang gesuggereerd werd? Veel later werd duidelijk dat ze geliefden waren, getrouwd tot het jaar 2000. Visueel waren The White Stripes volstrek uniek. Iets wat zeker in ons land opgemerkt werd. De consequent doorgevoerde keuze voor wit, rood en zwart als kleren voor de outfits, albumhoezen en zelfs het instrumentarium was immers geïnspireerd op de kunststroming waarnaar het tweede album vernoemd werd. De Stijl was een Nederlandse kunstbeweging uit het begin van de vorige eeuw, met Theo van Doesburg, Piet Mondriaan en Gerrit Rietveld als de belangrijkste representanten.

The White Stripes maakten in 2001 de sprong naar het grote publiek met het in Memphis, Tennessee opgenomen White Blood Cells. Het van dat derde album afkomstige Fell In Love With A Girl werd een grote hit. Het maakte The White Stripes ook tot een van de meest invloedrijke groepen van dat moment. Het succes van de band wakkerde wereldwijd de belangstelling voor rauwe, eerlijke garagerock aan. Het tweetal bewees tegelijkertijd dat in een minimalistische bezetting – en zonder de ooit onmisbaar geachte bassist – een volgepakte festivalweide plat gespeeld kan worden. Minder kon inderdaad meer zijn.

 

Wellicht het meest bijzonder aan The White Stripes was toch wel de unieke combinatie van stijlen die door klonk in het geluid. Garagerock en blues als belangrijkste bouwstenen waren nooit ver weg. De geëxalteerde zang van Jack White leek diep geworteld te zijn in de typisch Amerikaanse gospeltraditie. In de meest dynamische songs van het tweetal klonk de echo van de Britse legende Led Zeppelin door. Met een even groot gemak putte het duo uit de eerbiedwaardige countrytraditie, zoals met een Dolly Parton-cover. Minstens zestig jaar aan muziek vloeide samen in de sound van The White Stripes.

De doorbraak naar de mainstream trok op geen enkele wijze een wissel op de band, zo bleek toen in 2003 Elephant verscheen. Het album haalde in Amerika en Engeland de Top 10 van de albumlijsten – in eigen land haalde het de dubbele platina status dankzij een verkoop van meer dan 2 miljoen platen. De openingssong Seven Nation Army groeide uit tot een soort hymne waarvan het thema sindsdien tijdens talloze sportwedstrijden, politieke bijeenkomsten en andere gelegenheden uit de speakers schalde of door het publiek gescandeerd werd. Een ander hoogtepunt van het album was de gloedvolle cover van I Just Don’t Know What To Do With Myself, in een ver verleden groot gemaakt door de Britse blue-eyed soul zangeres Dusty Springfield. Zonder ooit een concessie gedaan te hebben, konden The White Stripes zich tot een van de grootste bands van dat moment noemen.

Get Behind Me Satan verscheen in de zomer van 2005 en liet horen dat het geluid van The White Stripes zich verder ontplooide, deels dankzij een instrumentarium dat verrijkt was met piano, mandoline en marimba. Opnieuw waren de recensies euforisch. Rolling Stone was een van de bladen die het vijfde album uitroep tot de beste plaat van het jaar. Een heel ander eerbetoon volgde toen de opvallende pose van Meg en Jack White op de cover van het album opnieuw gecreëerd werd door Todd Lowe (als Zack Van Gerbig) en Keiko Agena (als Lane Kim) in de populaire Amerikaanse televisieserie Gilmore Girls.

 

Twee jaar later verscheen was uiteindelijk de zwanenzang van de band zou blijken te zijn: Icky Thump. Hoewel het tweetal andermaal nieuwe wegen verkende, zoals in de richting van de folk – inclusief doedelzak – was het ook een terugkeer naar de rauwe, pure sound van de eerste twee platen. Het werd in drie weken analoog opgenomen in Nashville. Net als bij de vorige vijf albums waren de reacties van zowel de pers als de fans uiterst positief. Het werd ook beloond met twee Grammys, waaronder die voor Beste Alternatieve Album.

The White Stripes gingen ter promotie van het album nog wel op tournee, maar nog voor het eind daarvan werd die afgebroken. Eerder had Jack White met The Raconteurs al een nieuwe band in leven geroepen. Nadat het stil werd rond The White Stripes formeerde hij daarnaast The Dead Weather, waar hij de rol van slagwerker op zich nam. In de jaren die volgden manifesteerde hij zich ook op verschillende andere manieren, o.a. als soloartiest, acteur en eigenaar van platenmaatschappij Third Man Records en een vinylperserij. 

De intensiteit van een optreden van The White Stripes bleek perfect gevangen te zijn in de concertregistratie die in 2009 uitkwam onder de naam Under Great White Northern Lights. In het jaar daarop zinspeelde Jack White nog wel op een mogelijke terugkeer van het duo, maar het bleef bij een voornemen. De band kwam tot de conclusie dat het op persoonlijk en muzikaal vlak alles uit The White Stripes gehaald had en deed op 2 februari 2011 het enige eervolle: zonder onnodig drama viel het doek voor het duo. Het resultaat van dit integere besluit was dat de band een puntgaaf oeuvre achterliet van zes iconische albums en een verzameling explosieve singles, terwijl de herinneringen aan de opwindende optredens wereldwijd nog altijd door talloze fans gekoesterd worden.

 

Deel deze pagina:
Bekijk ook
Spotlight
Combat Rock: De laatste Clash-klassieker

Het is 40 jaar geleden dat The Clash na veel schaven en schrappen het vijfde album Combat Rock presenteerde. Terug naar de eenvoud leek daarbij het motto van de Britse band te zijn. Het succes was groot. Het album bevatte met Rock The Casbah en Should I Stay Or Should I Go twee wereldhits. Vanwege het jubileum is het album opnieuw op vinyl en cd verschenen, met als bonustracks The People’s Hall repetitieopnamen.