Spotlight
U2: Retourtje Berlijn

Het Ierse kwartet U2 verloor zichzelf tijdens na een lange tournee door Amerika, maar hervond zich in een guur en grimmig Berlijn. De band nam in de beroemde Hansa Studio het album Achtung Baby op, een meesterwerk dat precies dertig jaar geleden verscheen en alle twijfel over de relevantie van U2 in een klap wegvaagde.

Het verhaal van Achting Baby is niet compleet zonder dat van Rattle And Hum, het voorgaande album, dat verscheen in 1988. De combinatie van covers, eigen werk en concertopnamen weerspiegelde het immense succes dat U2 na het uitkomen van Joshua Tree uit 1987 ten deel was gevallen, vooral in Amerika. U2 wentelde zich op Rattle And Hum in alles wat dat beloofde land in muzikaal opzicht te bieden had. Bob Dylan werd gecoverd (All Along The Watchtower), bracht een ode aan Billie Holiday (Angel Of Harlem) en speelde met de bluesgigant B.B. King (When Love Comes To Town). Het waren op het eerste gezicht allemaal sympathieke gebaren. Toch waren veel reacties op het album vaak geërgerd. De band eigende zich wel erg veel toe, was er in essays en recensies te lezen. Dat was opvallend. U2 kon tot dat moment geen kwaad doen.

Identiteit

Mogelijk nog erger was dat U2 in Amerika de identiteit kwijtgeraakt was. Het is haarscherp in beeld gebracht in de documentaire From The Sky Down uit 2011 van David Gugenheim, over de aanloop naar en de totstandkoming van Achtung Baby. Het doet pijn aan de ogen om te zien hoe de ooit zo onbevangen en idealistische jongens zich slangenleren cowboylaarzen aan laten meten. En hoe ze met een plechtig gebaar een stetson op het hoofd plaatsen. De terugslag volgde bij de terugkeer in Ierland, vertelt Bono in de documentaire. “Men had ons als een Ierse band zien vertrekken. We kwamen terug als een Amerikaanse groep, vonden ze. Ze hadden gelijk. Het succes had ons te grazen genomen. We waren sterren geworden en we dreven af van onze basis. Dat juist ons dit moest overkomen. Wij waren immers opgekomen in de nadagen van de punk. We hadden altijd een vijand gehad. Nu bleken wij zelf die vijand te zijn geworden.”

Niet alleen de boze buitenwereld had het op U2 voorzien, binnen de groep rommelde het ook. De bandleden kampten met oververmoeidheid, overgehouden aan de wereldtournees van eind jaren tachtig. Op 31 december 1989 werd de uitputtende concertreeks afgesloten met een optreden in The Point Depot in Dublin. “Oudejaarsavond, en weer thuis.”, memoreert Bono in het boek U2 By U2 uit 2005. “Kon het beter? We waren de grootste band ter wereld. Met in de zaal de mensen aan wie je dat te danken hebt. Je loopt het podium op, je bent klaar om het dak er af te blazen, maar de verwachtingen drukken zo zwaar dat je het dak niet eens omhoog krijgt. De magie was weg, we zagen de sterren niet meer. En ik realiseerde me dat het afgelopen was, tenzij we terug naar af konden en we opnieuw konden gaan dromen.”

Berlijn

Daar bleef het niet bij. In de ooit zo hechte band ontstond discussie over de muzikale koers. Gitarist The Edge raakte in die periode in de ban van elektronische muziek, terwijl slagwerker Larry Mullen Jr. zich juist verdiepte in het ambachtelijke geroffel van Ginger Baker, zoals deze dat ooit had laten horen in Cream en Blind Faith.  Het was uiteindelijk Bono die opperde om voor de opnamen van het nieuwe album uit te wijken naar Berlijn. Op dat moment was de Duitse stad het brandpunt van de wereld. In 1989 was het IJzeren Gordijn neergehaald, dat ook Berlijn decennialang in tweeën gespleten had. “Bono had het idee dat als je Brian Eno, Daniel Lanois, Flood en U2 een poosje naar Berlijn verkaste, er iets interessants zou gebeuren”, aldus Adam Clayton.

Er was ook een muzikale reden om als band met deze drie producers naar de Duitse wereldstad af te reizen. De band wilde graag opnemen in de Hansa Studio, gevestigd in een deftig gebouw dat ooit dienst had gedaan als balzaal van de SS. Hier waren eerder al belangrijke albums opgenomen, onder anderen onder leiding van Brian Eno: Low en Heroes van David Bowie en The Idiot van Iggy Pop. David Bowie was een held geweest van Joy Division. En die band was weer van grote invloed geweest op U2. Het leek daarmee een logische keuze. Op 3 oktober 1990 vertrok de band richting Berlijn.

Grimmig

De sfeer op straat was er grimmig, ondervond een verbaasde band. De leden raakten tijdens een doordeweekse wandeling verdwaald in een protestmars van boze Duitsers die demonstreerden voor het weer optuigen van de Berlijnse muur. Het weer was grauw en koud. U2 voelde zich bovendien ongemakkelijk in een ruimte met zo’n duister verleden. Toch duurde het niet lang of de omgeving waar het verleden en de actualiteit op zo’n bizarre manier door elkaar heen liepen, begon de band te inspireren.

Er werd gegoocheld met nieuwe ideeën. Aanvankelijk vruchteloos. In de documentaire From The Sky Down wordt gereconstrueerd hoe de malaise langzaam omslaat in enthousiasme wanneer de eerste aanzetten voor het sleutelnummer One zich aandienden. The Edge jongleerde wat met akkoorden. Daniel Lanois spitse zijn oren. De producer suggereerde om de partijen te herschikken. Bono raakte enthousiast en voegde er een geïmproviseerde zanglijn aan toe. Al na enkele uren drong het besef door tot de band: we zitten weer op het goede spoor.

“De woorden kwamen zomaar uit de lucht vallen”, aldus Bono in U2 By U2. “Een geschenk uit de hemel. De Dalai Lama had ons gevraagd mee te doen aan het Oneness festival. Ik ben dol op de Dalai Lama en respecteer hem, maar dit was mij te hippieachtig. Ik heb groot ontzag voor het Tibetaanse standpunt inzake geweldloosheid, maar dit festival raakte bij mij geen snaar. Ik stuurde hem een berichtje terug met de tekst: ‘One – but not the same’. One gaat niet over eenheid, maar over verschil.”

Baby

Na deze artistieke doorbraak besloot de band de rest van het album af te maken in het vertrouwde Ierland. Toch zou de Duitse stad doorklinken op het album. Zo opent het met Zoo Station, dat gaat over het metrostation bij de dierentuin in Berlijn. Bono had gelezen dat de diergaarde in de Tweede Wereldoorlog gebombardeerd was. ’s Ochtends zagen de verbouwereerde burgers van de stad hoe olifanten, leeuwen en giraffen over de puinhopen klauterden. Het was een beeld dat de zanger intrigeerde. Het was ook nog eens de belangrijkste halte van de Berlijnse metrolijn die toevallig U2 heette.

Vanzelfsprekend was ook de titel van het album een verwijzing naar de dagen die waren doorgebracht in Duitsland. De vaste geluidsmixer Joe O’Herlihy had de kreet al vaker tijdens tournees geuit. Het was een citaat uit de film The Producers, die regelmatig door de roadcrew van U2 bekeken werd. Het eerste deel van de titel was een beladen woord. Op geen van de voorgaande albums was ook maar een in de songteksten ‘baby’ te horen geweest. Bono verafschuwde dit typische rockcliché. Voor Achtung Baby was gebroken met die traditie, deels omdat de zanger in 1990 opnieuw vader geworden was. Het woordje vloeide op Achtung Baby liefst 27 keer over zijn lippen.

1991

Achtung Baby lag op 19 november 1991 in de winkels. Het was een jaar met een moordende muzikale competitie. Luttele maanden eerder waren er immers verpletterende albums verschenen van de Amerikaanse rockacts Pearl Jam en Nirvana. De band die even vreesde door een jongere generatie ingehaald te worden, handhaafde zich echter moeiteloos. Volgens velen was Achtung Baby dankzij de diepgravende teksten, ijzersterke songs en verrassende sound zelfs het album van het jaar en hoorde het tot het beste dat U2 tot dan toe afgeleverd had.

Het album bleek bovendien de aanzet tot een nog veel grotere onderneming: de Zoo TV Tour. De band zou geschiedenis schrijven met de manier waarop beeld, muziek en techniek ingezet werden voor het creëren van een revolutionair totaaltheater zoals het publiek dat nog nooit ervaren had. Het circus zette zich in februari 1992 in beweging. De laatste show van de tournee vond plaats op 10 december 1993. Het kwartet dat een paar jaar eerder nog dreigde te bezwijken aan twijfel, zelfkritiek en afgunst, was op dat moment met afstand de grootste rockband ter wereld.

 

Deel deze pagina:
Bekijk ook
Spotlight
Combat Rock: De laatste Clash-klassieker

Het is 40 jaar geleden dat The Clash na veel schaven en schrappen het vijfde album Combat Rock presenteerde. Terug naar de eenvoud leek daarbij het motto van de Britse band te zijn. Het succes was groot. Het album bevatte met Rock The Casbah en Should I Stay Or Should I Go twee wereldhits. Vanwege het jubileum is het album opnieuw op vinyl en cd verschenen, met als bonustracks The People’s Hall repetitieopnamen.