Spotlight
Born In The USA: Popsongs in de Amerikaanse presidentsverkiezingen

De Amerikaanse verkiezingsstrijd is inmiddels in volle hevigheid losgebarsten. De beide kandidaten gooien alles in de strijd om de harten van de kiezers te winnen. Muziek is daarbij een beproefd middel. Het juiste liedje kan de toon van een campagne zetten. De verkeerde keuze kan echter ook dramatisch uitpakken. Joe Biden kreeg onlangs van Bruce Springsteen The Rising aangereikt. De playlist van president Donald Trump levert vooral protesten van de betreffende artiesten op. Muziek en politiek: het is al decennia een moeizaam huwelijk.

Dat bleek ook al halverwege de jaren tachtig en ook toen speelde Bruce Springsteen een hoofdrol. In 1984 gingen de Amerikaanse presidentsverkiezingen tussen de democraat Walter Mondale en de zittende president Ronald Reagan. Die laatste was bepaald geen liefhebber van moderne popmuziek, hij was meer van de generatie Frank Sinatra. Toch omarmde hij enthousiast Born In The U.S.A., het titelnummer van het destijds razend populaire album van Bruce Springsteen dat in datzelfde jaar de album- en hitlijsten domineerde. Op het eerste gehoor was het een energieke ode aan het Amerikaanse ideaal.

Reagan ging echter totaal voorbij aan de werkelijke lading van de tekst: het vaak droeve lot van de velen die juist de Amerikaanse droom misgelopen waren, in dit nummer gesymboliseerd door soldaten die uit Vietnam terugkeerden naar een vaderland dat hen links liet liggen. Bruce Springsteen liet dan ook in niet mis te verstane bewoordingen weten zich niet voor een patriottistisch karretje te laten spannen. Ronald Reagan gaf er keurig gehoor aan en liet het nummer niet meer horen. Het pijnlijke misverstand bleef verder zonder gevolgen: hij verpulverde zijn tegenstander door in 49 van de 50 Amerikaanse staten als winnaar uit de bus te komen.

Het gebruiken van een pakkend liedje om de toon van een verkiezingscampagne te zetten, is niet iets van de laatste jaren. Of zelfs decennia. Al in de jaren dertig van de vorige eeuw probeerde Franklin D. Roosevelt de financiële crisis te bezweren door met het opgewekte Happy Days Are Here Again. Het werkte: in 1933 werd hij de nieuwe president van Amerika en hij bleef dat, tot zijn dood in 1945. Toch maakte in de loop van de jaren het campagnelied zelden echt het verschil. In 1972 ging George McGovern de strijd aan met de alom gehate Richard Nixon. Ook hij wilde een boodschap van hoop uitdragen, die hij liet ondersteunen door Bridge Over Troubled Water van Simon and Garfunkel. Het mocht niet baten, Nixon trok – vooralsnog – aan het langste eind. Net zoals Michael Dukakis in 1988 kansloos was tegen George Bush, al was zijn America van Neil Diamond bepaald geen slechte keus.

Vooral opvallend was het campagnelied van Ross Perot, een onafhankelijk kandidaat die in 1992 even aan de macht rook. De miljonair had echter nogal wat excentrieke trekjes. Toen hij dat nog eens accentueerde door Crazy van Willie Nelson in te lijven, hadden veel potentiële stemmers toch moeite om hem nog langer serieus te nemen. De verkiezingen werden dan ook gewonnen door Bill Clinton. Hij had campagne gevoerd met uitgesproken optimistische thema’s, waarop zijn campagnelied Don’t Stop van Fleetwood Mac natuurlijk perfect aansloot.

George W. Bush volgde hem op in 2000 en hij ging op pad met verschillende nummers, zoals Right Now van de rockband Van Halen en We The People van Billy Ray Cyrus. Hij greep echter het meest terug op I Won’t Back Down van Tom Petty, die prompt met een gang naar de rechter dreigde. De Amerikaanse muzikant wilde met zijn muziek geen onderdeel van politieke tumult worden. George W. Bush voerde het nummer is alle stilte af.

In de jaren die volgden, zorgden liedjes vaker voor opschudding. Hilary Clinton werd tijdens de democratische voorverkiezingen van 2008 verweten wat stijfjes te zijn. Dat ze ook een andere, opgewekte kant had, probeerde ze te accenturen door When The Lady Smiles van onze eigen Golden Earring in de strijd te gooien. Toen ze na enige tijd ingefluisterd kreeg dat er in de clip van het nummer uit 1984 een non aangerand werd, verdween ook dit liedje geruisloos van de play-list. De republikein John McCain greep – een tikje aandoenlijk – terug op Take A Chance On Me van ABBA, maar de kans werd hem niet gegund. De verkiezingen werden gewonnen door een andere democratische kandidaat: Barak Obama. Tijdens diens campagne klonk toen al regelmatig The Rising van Bruce Springsteen uit de luidsprekers.

Dat zal de komende weken dus opnieuw gebeuren tijdens de campagne van Joe Biden. Hij kreeg het nummer aangereikt van de maker Bruce Springsteen, die met zijn echtgenote Patti Scialfa ook te zien was in de videoclip die er speciaal voor gemaakt werd. Voor zijn tegenstander Donald Trump blijft het samenstellen van een aansprekende soundtrack een hele opgave. Veel muzikanten bevinden zich aan de linkerzijde van het muzikale spectrum en willen niet geassocieerd worden met een uitgesproken rechtse politicus. Zelfs zijn vrienden maken terugtrekkende bewegingen. In 2016 trok Trump ten strijde met We’re Not Gonna Take It van hardrockband Twisted Sister. Zanger en Trump-vriend Dee Snider wilde met zijn band echter op neutraal terrein blijven en verzocht hem vriendelijk de song niet langer te gebruiken.

Muziek is ook weer alom tegenwoordig tijdens de huidige rallies van Donald Trump. Veel keuzes zijn heel logisch. Het is immers niet moeilijk voor te stellen dat hij graag het podium opwandelt onder de opzwepende klanken van Eye Of the Tiger (Survivor), The Best (Tina Turner) of You Ain’t Seen Nothing Yet (Bachman-Tuner Overdrive). Hij wisselt dat echter af met YMCA van The Village People. Een favoriet lied in het republikeinse kamp is ook Start Me Up van The Rolling Stones, ondanks het scabreuze regeltje ‘you made a dead man come’. Zoals het regelrecht raadselachtig wat de organisatie probeert te zeggen met het eveneens vaak gedraaide Sympathy For The Devil. Hoe dan ook, The Rolling Stones protesteerden luid, zoals ze dat ook in 2016 deden toen You Can’t Always Get What You Want in stelling werd gebracht. Trump zou Trump niet zijn als hij zich er ook maar iets van aantrok.

Als alles volgens plan verloopt, gaan de Amerikanen op 3 november naar de stembus. Wie als winnaar uit de strijd komt, laat zich nog lastig voorspellen. De campagnesong zal echter niet de doorslag geven, zoals het dat eigenlijk zelden deed. En ergens is dat wel een geruststellend idee.

Deel deze pagina:
Bekijk ook