Spotlight
In memoriam 2020

Welke bekende artiesten, muzikanten en componisten ontvielen ons tot nu toe in 2020?

Ennio Morricone: 6 juli

91: De Italiaan Ennio Morricone was de meest succesvolle en tegelijkertijd meest productieve filmcomponist aller tijden. Gedurende zijn lange loopbaan schreef hij muziek voor ongeveer 400 films, terwijl hij daarnaast 100 klassieke stukken componeerde. Zijn succesvolste scores waren o.a. The Good, The Bad And The Ugly, Once Upon A Time In The West, The Thing, The Mission en The Untouchables. Hij bleef tot op hoge leeftijd actief. In zijn laatste jaren werkte hij regelmatig met de Amerikaanse regisseur Quentin Tarantino. Ook trad hij regelmatig op. In 2015 en 2017 dirigeerde hij eigen werk tijdens concerten in Amsterdam en Rotterdam. De ‘maestro’ overleed als gevolg van een val.

Vera Lynn: 18 juni

103: Dame Very Lynn was de meest populaire zangeres die Groot Brittannië ooit voortbracht. Ze wordt vooral geassocieerd met de Tweede Wereldoorlog vanwege We’ll Meet Again, het nummer waarmee ze zo treffend het heimwee van de soldaten naar het thuisfront vertolkte. Eerder dit jaar werd het opnieuw een hit, nadat het vanwege de Corona-crisis een nieuwe lading had gekregen. Ze werd daarmee de oudste artiest ooit die de Britse hitlijsten haalde.

Paul Chapman: 9 juni

66: Paul Chapman was een Britse gitarist die zijn meeste succes beleefde als lid van hardrockband UFO. Hij maakte daarnaast deel uit van o.a. Skid Row en Lone Star.

Bonnie Pointer: 8 juni

69: Patricia Eva "Bonnie" Pointer werd in de jaren zeventig bekend als een van de zangeressen van The Pointer Sisters, samen met haar zussen June en Ruth. Hits scoorde het drietal met songs als het door Bruce Springsteen geschreven Fire – een nummer 1-hit in Nederland – Happiness, He’s So Shy, Slowhand, Jump en I’m So Exited.

Rupert Hine: 5 juni

72: Rupert Hine was een Britse muzikant en producer. Hij had vooral in de jaren tachtig en negentig succes onder eigen naam, maar hij ontwikkelde zich ook tot een veelgevraagde producer die werkte met artiesten en groepen als The Fixx, Tina Turner, Rush, Chris de Burgh, Underworld, Suzanne Vega, Howard Jones en Bob Geldof.

Steve Priest: 4 juni

72: Steve Priest was van 1968 tot 1982 bassist en (achtergrond)zanger van de Brits glamrock band The Sweet, die in de jaren zeventig hits scoorde met songs als Block Buster!, Ballroom Blitz, Teenage Rampage, Action, Fox On The Run en Love Is Like Oxygen. In latere jaren formeerde hij zijn eigen versie van The Sweet, zoals gitarist Andy Scott dat ook deed. Zanger Brian Connoly en drummer Mick Tucker overleden al eerder.  

Jimmy Cobb: 24 mei

91: Gedurende zijn lange loopbaan werkte de Amerikaanse slagwerker Jimmy Cobb met vrijwel alle grootheden uit de jazz, o.a. Cannonball Aderley, Stan Getz, Wes Montgomery en Bill Evans. Hij schreef echter vooral geschiedenis dankzij zijn bijdrage aan het iconische album Kind Of Blue van Miles Davis.

Mory Kanté: 22 mei

70: De uit Guinea afkomstige zanger en muzikant Mory Kanté speelde een belangrijke rol in het populair worden van Afrikaanse muziek. Hij scoorde in 1987 een verrassende hit met Yé ké yé ké, waarmee hij onder anderen in Nederland, België en Spanje de eerste plaats van de hitlijsten haalde. Hij bleef ook daarna nog jaren muzikaal actief en zette zich in voor verschillende goede doelen. Mory Kanté overleed na een lange periode van ziekte.

Lucky Peterson: 17 mei

55: De Amerikaanse blueszanger, gitarist en pianist begeleidde aanvankelijk andere artiesten als Etta James, Bobby "Blue" Bland en Little Milton. In de jaren negentig was hij vooral actief onder eigen naam.

Phil May: 15 mei

75: Phil May, geboren als Philip Dennis Arthur Wadey, was de zanger van The Pretty Things. De Britse band maakte halverwege de jaren zestig naam met ongekend rauwe rhythm-‘n-blues en het feit dat veel optredens ontaarden in ongeregeldheden. ‘Nog ruiger dat de Stones’, werd eerbiedig gefluisterd. Later verdiepte de band het geluid met uitstapjes naar psychedelica (S.F. Sorrow) en hardrock.

Jorge Santana: 14 mei

68: Jorge Santana was de jongere broer van gitaarlegende Carlos Santana. Begin jaren zeventig was hij actief met zijn eigen Latin-band Malo. Later zou hij sporadisch samenwerken met zijn beroemde broer. 

Astrid Kirchherr: 12 mei

81: Astrid Kirchherr hoorde bij de entourage van The Beatles in de periode dat de band in Hamburg speelde. Ze had een relatie met de toenmalige bassist Stuart Sutcliffe, maakte inmiddels iconische foto’s van de groep en zou daarnaast een hand hebben gehad in de ‘langharige’ Beatles-kapsels waarmee de band later opzien zou baren.

Moon Martin: 11 mei

69: De Amerikaanse singer-songwriter John David "Moon" Martin hield zijn bijnaam over aan het feit dat in veel van zijn liedjes de maan voorkwam. Hij had bescheiden succes onder eigen naam; het waren vooral andere artiesten die hits scoorden met zijn songs. Zoals in 1979 Robert Palmer met Bad Case Of Loving You (Doctor, Doctor).

Betty Wright: 10 mei

66: Bessie Regina Morris, zoals ze in werkelijkheid heette, was een soulzangeres die vooral in de jaren zeventig succesvol was met hits als Clean Up Woman en Tonight Is The Night. Ook toen het succes wegebde, bleef ze actief op het podium en achter de schermen. Zo had ze als mentor en producer een belangrijke hand in de doorbraak van de Britse zangeres Joss Stone.

Little Richard: 9 mei

87: Richard Wayne Penniman, bekend geworden als Little Richard, was een van de laatste nog levende rock-‘n-roll legendes. Van die generatie die opkwam in de jaren vijftig was hij de meest excentrieke artiest. Hij scoorde hits met explosieve songs als Tutti Frutti, Long Tall Sally, Rip It Up, The Girl Can’t Help It, Lucille, Good Golly Miss Molly, Keep A-Knockin’ en Jenny Jenny. Zijn invloed op de popmuziek was groot: The Beatles, The Rolling Stones, Otis Redding, James Brown, David Bowie, Bob Seeger, Bob Dylan, Rod Stewart en talloze andere grootheden adoreerden de kleurrijke Amerikaan. Of zoals Lemmy van Mötorhead ooit zei: ‘Als je als zwarte homo in het Georgia van de jaren vijftig opgroeit en desondanks zulke blijmoedige muziek maakt, ben je een heel grote.’

Brian Howe: 6 mei

66: Hoewel voor velen Paul Rodgers altijd de stem en het gezicht van Bad Company is gebleven, beleefde de band vooral in Amerika een succesvolle tweede jeugd met Brian Howe. De Britse zanger maakte van 1986 tot 1994 deel uit van de groep waarmee hij vier studioalbums opnam. Brian Howe overleed als gevolg van een hartaanval.

Millie Small: 5 mei

73: Millie Small scoorde in 1964 een wereldhit met het My Boy Lollipop. Ze was daarmee niet alleen de eerste Jamaicaanse artiest met internationaal succes, het was voor het grote publiek ook de eerste kennismaking met ska: het genre waaruit enkele jaren later reggae voortkwam.

Dave Greenfield: 3 mei

71: Dave Greenfield was lid van de klassieke bezetting van The Stranglers. Hij voorzag de Britse band die opkwam in het door gitaren gedomineerde punktijdperk een uniek geluid met zijn melodieuze toetsenpartijen. Zijn spel leverde hem tegelijkertijd veel complimenteuze vergelijkingen op met dat van Ray Manzarek van The Doors. Problemen met zijn hart en het coronavirus werden de muzikant fataal.

Tony Allen: 30 april

79: Drummer Tony Oladipo Allen werkte in de jaren zeventig nauw samen met zanger en multi-instrumentalist Fela Kuti. Samen legden ze de basis voor wat al snel Afrobeat werd genoemd: een explosieve mix van Afrikaanse muziek, funk en jazz, waarbinnen het virtuoze spel van de slagwerker optimaal tot zijn recht kwam.  

Hamilton Bohannon: 24 april

78: De Amerikaan Hamilton Bohannon was in de jaren zestig sessiemuzikant en arrangeur die vooral veel werk verzette voor het legendarische soullabel Motown. In het daaropvolgende decennium had hij succes onder eigen naam, waarbij hij zich simpelweg Bohannon noemde. Hij ontpopte zich tot een van de pioniers van de funk en disco, met hits als Foot Stompin Music, Disco Stomp en Let’s Start The Dance. Zijn songs werden later regelmatig gesampeld door hip-hopartiesten als Jay Z en Snoop Dogg.

Florian Schneider: 21 april

73: Florian Schneider was een van de oorspronkelijke leden van Kraftwerk, een Duitse band die als boegbeeld van de zogenaamde Krautrock een enorme invloed zou hebben op de elektronische muziek. De groep scoorde halverwege de jaren zeventig een wereldhit met het karakteristieke Autobahn. Florian Schneider verliet Kraftwerk in 2008. Hij overleed aan kanker.

Lee Konitz: 15 april

92: De Amerikaanse jazzsaxofonist kon terugkijken op een loopbaan van ruim 70 jaar waarin hij onder eigen naam succes had en werkte met andere grootheden als Bill Evans, Anthony Braxton, Charles Mingus, Max Roach en Bill Frisell. Hij werd ook bekend als participant in de sessies in 1949 en 1950 waaruit het baanbrekende album Birth Of The Cool van Miles Davis uit voortkwam. Lee Konitz was het laatst nog levende lid van dit legendarische collectief. De muzikant overleed aan de gevolgen van een coronabesmetting.

Dries ‘Andres’ Holten: 15 april

84: Dries Holten werd in de jaren zestig bekend als de mannelijke helft van het duo Sandra en Andres, waarvan Sandra Reemer de andere helft vormde. Het tweetal scoorde hits met o.a. Storybook Children, Let Us Pray Together, Love Is All Around en Als Het Om De Liefde Gaat. Met dat laatste nummer werden de twee in 1972 naar het Eurovisie Songfestival afgevaardigd, waar ze op een 4e plaats eindigden.

Louis van Dijk: 12 april

78: Louis van Dijk werkte als pianist samen met vele groten uit de Nederlandse muziek: Ramses Shaffy, Liesbeth List, Daniel Wayenberg, Rogier van Otterloo, Thijs van Leer, Rita Reijs, Jody Pijper, Dick Bakker, Trio Pim Jacobs en het Rosenberg Trio. Bij het grote publiek werd hij ook bekend als lid van het trio Gevleugelde Vrienden, samen met Pim Jacobs en Pieter van Vollenhoven. In 2017 bleek hij aan Alzheimer te lijden, wat hem een jaar later dwong zijn loopbaan te beëindigen.

Chynna Rogers: 8 april

25: Chynna Rogers begon haar carrière als model, maar koos uiteindelijk voor de muziek. Zo werkte samen met A$AP Yams van het hip-hop collectief A$AP Mob. De rapartieste worstelde lang met haar drugsverslaving, een overdosis werd haar fataal.

John Prine: 7 april

73: John Prince was een typisch voorbeeld van een musician’s musician. Hij wist met zijn ambachtelijke songs, diep geworteld in de Amerikaanse folk en countrytraditie, nooit het brede publiek te bereiken. Zijn werk werd echter bewonderd door uiteenlopende grootheden als Johnny Cash, Bob Dylan, Roger Waters en Kris Kristofferson – zijn ontdekker. John Prine bleef tot kort voor zijn dood optreden, al kampte hij al langer met ernstige gezondheidsproblemen. Uiteindelijk werd besmetting met het coronavirus hem fataal.

Adam Schlesinger: 1 april

52: Adam Schlesinger werd vooral bekend als bassist en een van de oorspronkelijke leden van de Amerikaanse rockband Fountains Of Wayne. Hij was daarnaast een veelgevraagd componist wiens werk te horen was in talloze televisieshows, films en theaterproducties. Zijn nummers werden ook opgenomen door uiteenlopende groepen als The Monkees en The Jonas Brothers. Hij overleed aan complicaties als gevolg van besmetting met het COVID-19 virus.

Ellis Marsalis: 1 april

85: Ellis Marsalis kon als alom geliefd pianist en muziekdocent terugkijken op een indrukwekkende loopbaan. Voor het grote publiek was hij vooral bekend als de vader van twee van de meest succesvolle muzikanten die de jazz de achterliggende decennia voortbracht: saxofonist Branford en trompettist Wynton Marsalis. Ellis Marsalis bezweek aam het coronavirus.

Bill Withers: 30 maart

81: Bill Withers had met name in de jaren zeventig veel succes met goed in de gehoor liggende soulnummers waarvoor hij het ideale, soepele stemgeluid had. Hij scoorde hits met o.a. Use Me, Lovely Day en Lean On Me. Na een periode van relatieve stilte had hij in 1981 opnieuw succes met Just The Two Of Us, dat hij met jazzsaxofonist Grover Washington Jr. opnam. Vooral vanwege zijn moeizame relatie met de muziekindustrie ging hij in 1985 al met pensioen. Bill Withers overleed aan hartfalen.

Alan Merrill: 29 maart

69: De Amerikaanse zanger, componist en muzikant was een van de eerste ‘westerse’ muzikanten die het in Japan tot een sterrenstatus wist te brengen. Hij woonde dan ook lange tijd in het land. Zijn grootste claim to fame is echter het medeschrijven van I Love Rock-‘n-Roll, dat hij midden jaren 70 opnam met zijn band The Arrows. In 1982 scoorde Joan Jett er een wereldhit mee. Alan Merrill overleed aan de gevolgen van besmetting met het coronavirus.

Joe Diffie: 29 maart

61: Joe Diffie was een Amerikaanse countryzanger die hits scoorde met nummers als Home, If The Devil Danced (In Empty Pockets), Third Rock From The Sun, Pickup Man en Bigger Than The Beatles. Hij legde zich daarbij toe op een verhalende, traditionele countrystijl. Op 27 maart werd bekend dat hij besmet was met het COVID-19 virus, waar hij twee dagen later aan zou overlijden.

Lou ‘L.A.’ Kouvaris: 28 maart

66: Lou ‘L.A.’ Kouvaris was in de jaren zeventig gitarist van de Amerikaanse hardrockband Riot. Minder bekend was dat hij in diezelfde periode de studiomuzikant was voor de discoformatie Village People. Het COVID-19 virus werd de muzikant fataal.

Liesbeth List: 25 maart

76: Nederland leerde Liesbeth List in verschillende gedaantes kennen, maar toch vooral als zangeres, in de jaren zestig vaak aan de zijde van Ramses Shaffy. Met hem scoorde ze ook een van haar grootste hits: Pastorale. Ze was daarnaast actrice, musicalster en alom gewaardeerd vertolker van chansons.

Manu Dibango: 24 maart

86: Manu Dibango was een uit Kameroen afkomstige componist en muzikant. Hij speelde een mix van jazz, funk en Afrikaanse muziek. In 1972 scoorde hij een hit met Soul Makossa, waarvan het refrein later op zou duiken in Michael Jackson's Wanna Be Startin' Somethin'. Manu Dibango was een van de eerste grote artiesten die bezweek aan het COVID-19 virus.

Mike Longo: 22 maart

83: De Amerikaan Mike Longo werd bekend als jazzpianist, componist en auteur. Gedurende zijn lange loopbaan werkte hij met saxofonist Cannonball Adderley, saxofonist Lee Konitz en trompettist Dizzy Gillespie. Hij was daarnaast decennia de leider van zijn eigen Mike Longo Trio. De muzikant overleed aan de gevolgen van besmetting met het coronavirus.

Julie Felix: 22 maart

81: Hoewel ze in 1938 in Californië ter wereld kwam, maakte Julie Ann Felix in de jaren zestig naam in de Britse folkscene. 

Gabriel "Gabi" Delgado-López: 22 maart

61: Gabi Delgado was de zanger en componist van het duo Deutsch Amerikanische Freunschaft – meestal afgekort tot D.A.F. – dat een van de toonaangevende groepen was van de Neue Deutsche Welle zoals die zich begin jaren tachtig aandiende.

Kenny Rogers: 20 maart

81: Kenneth Ray Rogers was een Amerikaanse zanger, acteur, zakenman en producer. Hij was aanvankelijk lid van The New Christy Minstrels en begon later zijn eigen band The First Edition, waarmee hij de hit Just Dropped In (To See What Condition My Condition Was In) scoorde. Onder eigen naam ontwikkelde hij zich als een allround countryster, die een breed publiek aan wist te spreken met songs als Ruby, Don't Take Your Love To Town en The Gambler. Ook succesvol waren zijn duetten met Dolly Parton en Sheena Easton.

Jason Rainey: 16 maart

53: Jason Rainey was gitarist en oorspronkelijk lid van de Amerikaanse metal band Sacred Reich.

Genesis P-Orridge: 14 maart

70: Genesis P-Orridge, echte naam Neil Andrew Megson, was de frontman van de experimentele bands Throbbing Gristle en Psychic TV.

Richenel: 13 maart

62: Richenel, volledige naam Hubertus Richenel Baars, was met zijn androgyne verschijning een bekend gezicht in de Amsterdamse dance scene. In 1987 scoorde hij een hit met Dance Around The World. In zijn latere was hij jazz zanger in Spanje.

Jan Vennik: 10 maart

83: Saxofonist Jan Vennik speelde o.a. bij Rob Hoeke en The Motions, maar werd vooral bekend als lid van Ekseption en Spin.

Keith Olsen: 9 maart

74: Keith Olsen begon als bassist in de garageband The Music Machine. Begin jaren zeventig ontwikkelde hij zich tot een uiterst succesvolle producer en was in die functie betrokken bij albums van Fleetwood Mac, Rick Springfield, REO Speedwagon, Heart, Joe Walsh, Santana, Whitesnake, Scorpions, Europe, Bad Company, Journey, Loverboy en vele anderen. 

McCoy Tyner: 6 maart

81: McCoy Tyner maakte vanaf 1960 deel uit van het legendarische kwartet van saxofonist John Coltrane. Hij was dan ook te horen op het iconische jazzalbum A Love Supreme uit 1964. Na 1965 concentreerde hij zich vooral op zijn solocarrière. McCoy Tyner wordt alom gezien als een van de grootste jazzpianisten aller tijden.

Simon Posthuma: 28 februari

81: Kunstenaar Simon Posthuma werd in de jaren zestig bekend als lid The Fool. Het hippiecollectief maakte kleurrijke ontwerpen voor platenhoezen, outfits en instrumenten voor o.a. The Beatles, Cream, The Hollies, Procol Harum en Boudewijn de Groot. Ze beschilderden ook de legendarische Apple Shop van The Beatles in Londen. Simon Posthuma is de vader van zanger Douwe Bob.

Bob Fosko: 28 februari

64: Na een periode van ziekte overleed Bob Fosko, echte naam Geert Timmer. Hij was als SP-kopstuk, acteur, tekstschrijver, producer en zanger een veelzijdig mens. In muzikaal opzicht werd hij echter het meest bekend als de brulboei van het tegendraadse jazz-punk collectief De Raggende Manne.

Jaap Dekker: 28 februari

73: Samen met de in 1999 overleden Rob Hoeke was Jaap Dekker de bekendste boogiewoogie pianist van Nederland. Hij scoorde in 1972 zijn grootste hit met een bewerking van In Een Groen Groen Knollenland.

David Roback: 25 februari

61: De Amerikaanse muzikant en songschrijver zat samen met Susanna Hoffs (later in The Bangles) in The Unconscious, maakte deel uit van een vroege versie van de Rain Parade en werd vooral bekend als een van de oorspronkelijke leden van de alternatieve rockband Mazzy Star.

Andrew Weatherall: 17 februari

56: Andrew Weatherall werd aanvankelijk bekend als toonaangevende deejay. In 1991 raakte hij als producer betrokken bij Primal Scream en stuurde de band met succes richting de dance, met als resultaat het meesterwerk Screamadelica. Hij werkte verder o.a. met Björk, Manic Streat Preachers, My Bloody Valentine, The Orb en Fuck Buttons.

Buzzy Linhart: 13 februari

76: De Amerikaanse zanger, muzikant en componist kwam in de jaren zestig bovendrijven in de folk scene van Greenwich Village. In de decennia die volgden bleef hij platen maken en optreden, maar het waren collega’s als Bette Midler en Carly Simon die het meeste succes met zijn songs hadden.

Lyle Mays: 10 februari

66: Lyle Mays was vanaf 1975 pianist in de Pat Metheny Group, een populaire Amerikaanse jazz/fusion band. Samen met de gitarist en bandleider schreef hij ook het merendeel van de composities, waarvoor hij met elf Grammy’s onderscheiden werd.

Ivan Kral: 2 februari

71: De van oorsprong Tsjechische Ivan Kral werd vooral bekend als bassist in de band van Patti Smith. Hij was te horen op haar eerste vier albums en schreef mee aan diverse songs, waaronder de hit Dancing Barefoot. Ivan Kral was daarnaast oer-lid van de band Blondie en werkte later met o.a. Iggy Pop en John Waite.

Andy Gill: 1 februari

64: Andy Gill was de gitarist en de oprichter van de Britse post-punk band Gang Of Four. De band bestond, met onderbrekingen, bijna 45 jaar. Andy Gill werkte daarnaast als producer met groepen als Red Hot Chili Peppers, The Stranglers, Killing Joke en Therapy?.

Reed Mullin: 27 januari

53: In de achterliggende jaren werkte de Amerikaanse drummer in de gelegenheidsband Teenage Time Killers met leden van o.a. Bad Religion, Queens Of The Stone Age, Slipknot, Foo Fighters en Lamb Of God. Hij was echter in de eerste plaats de drummer van de invloedrijke Amerikaanse metalband Corrosion Of Conformity.

Sean Reinert: 24 januari

48: De technisch zeer begaafde Sean Reinert was een van de oprichters van de Amerikaanse progressieve metal met Cynic. Ook maakte hij deel uit van de invloedrijke extreme metal band Death.

David Olney: 18 januari

71: De Amerikaanse singer-songwriter stierf in het harnas. Tijdens een optreden in Florida werd hij getroffen door een hartaanval. Hij had er toen een loopbaan van vijf decennia opzitten, waarbij zijn werk gecoverd werd door grootheden als Emmylou Harris, Steve Earle en Linda Ronstadt.

Steve Martin Caro: 14 januari

71: Steve Martin Caro was de zanger van de Amerikaanse groep die halverwege de jaren zestig succes zou hebben met barokke popliedjes als Walk Away Renée, Pretty Ballerina en Desiree.

Neil Peart: 7 januari

67: De wereld reageerde geschokt toen op 10 januari bekendgemaakt werd dat drie dagen eerder Neil Peart was overleden. Vanwege fysiek ongemak was de drummer al een paar jaar met pensioen, maar buiten een kring van intimi wist niemand dat de drummer van Rush sindsdien getroffen was door hersenkanker. Neil Peart was sinds het midden van de jaren 70 de drummer en de tekstschrijver van het Canadese rocktrio Rush, de grootste cultband ter wereld. Hij gold als een van de beste rockdrummers aller tijden en drukte met zijn virtuoze spel een groot stempel op de herkenbare sound van de band.   

Bo Winberg: 3 januari

80: Bo Winberg was de sologitarist van The Spotnicks, de Zweedse tegenhanger van The Shadows. De band was vooral in de jaren zestig erg populair en trad, geheel in stijl met de bandnaam, op in austronautenpakken.

Deel deze pagina:
Bekijk ook