Spotlight
Foo Fighters: Leven na Nirvana

De dood van Kurt Cobain betekende in april 1994 het vanzelfsprekende einde van de band Nirvana. Niemand die hoge verwachtingen koesterde over de muzikale toekomst van de achterblijvers, bassist Krist Novoselic en drummer Dave Grohl. In het geval van die eerste kwamen die voorspellingen heel aardig uit, maar tot verrassing van velen groeide Dave Grohl als gezicht van de Foo Fighters uit tot een van de grootste rocksterren van de afgelopen dertig jaar. 25 jaar geleden dook hij de studio in om moederziel alleen zijn debuut op te nemen.

In de loop van de jaren zijn er albums uitgebracht die niemand aan zag komen en waarvan het succes ook nog eens iedereen overrompelde. Zo’n plaat was het titelloze debuut van de Foo Fighters dat op 4 juli 1995 uitkwam. Singles als This Is A Call en I’ll Stick Around werden (radio)hits en het album zelf werd een commercieel succes. Het schoot in Amerika, Engeland, Canada, Australië, Nieuw-Zeeland en verschillende andere landen hoog de albumlijsten in. Nederland bleef met een 22e plaats in de Album Top 100 een beetje achter, maar dat werd met latere platen ruimschoots goedgemaakt. Het eerste album van Foo Fighters was vooral een artistieke triomf. Tot verrassing van velen bleek er in de drummer ook een geweldige zanger, gitarist, bassist en vooral songschrijver schuil te gaan. Met andere woorden: er bleek leven na Nirvana te zijn.

 

Zo zag het er niet uit toen Kurt Cobain’s zelfgekozen dood in april 1994 het onvermijdelijke einde van Nirvana betekende. Hij was bepaald geen onbeschreven blad toe hij zich eind 1990 aansloot bij Nirvana. In de voorgaande jaren had hij al naam gemaakt als de explosieve drummer van de Amerikaanse hardcore band Scream. Het was mede dankzij zijn drive dat Nevermind, het eerste album van Nirvana waarop hij te horen was, zo’n succes kon worden. Zoals hij met zijn wapperende haren, expressieve spel en tomeloze inzet ook opviel tijdens de vaak chaotische verlopende optredens. Ook op de albums die volgden op de mijlpaal Nevermind bleek hij een belangrijke factor te zijn in het verhaal van Nirvana. Maar toch… wat moest er worden van de ontheemde drummer, hoe goed hij ook was.

Dave Grohl leek na het einde van die band ook zichzelf vooral te zien als muzikant in dienst van anderen. Hij overwoog lid te worden van The Heartbreakers, de begeleidingsband van Tom Petty. Ook was er even sprake van dat hij ingelijfd zou worden door Pearl Jam. Aantrekkelijke opties die hij overigens links liet liggen. Enkele jaren geleden vertelde Dave Grohl me dat hij ook tijd nodig had om de dood van Cobain te verwerken. “Ik zal nooit vertellen wat er in die eerste weken na de dood van Kurt allemaal door mij heen ging. Dat is te persoonlijk. Ik ben mijzelf een tijdlang kwijt geweest, dat wil ik nog wel kwijt. Ik woonde in Los Angeles, was rijk en bekend – en daar heb ik een tijdje misbruik van gemaakt. Vrouwen, drank, de hele rock-‘n-roll lifestyle. Het was mijn manier om het immense verdriet te verwerken, denk ik achteraf. Toen ik merkte hoe makkelijk je daarin kon blijven hangen, ben ik er abrupt mee gestopt. Niet veel later ben ik aan mijn eerste Foo Fighters album begonnen, al was ook dat nog steeds onderdeel van het verwerkingsproces.”

 

Het was bepaald niet de eerste keer dat Dave Grohl zelf met songs in de weer was, maar dat gebeurde vooral uit zicht van de buitenwereld. Al in 1992 schreef hij liedjes die hij – heel old school – via cassettes verspreidde onder een select groepje vrienden en geïnteresseerden. Hij zette zich ook verschillende keren aan het schrijven met Kurt Cobain, wat resulteerde in een nummer als Color Pictures Of A Marigold, wat als Marigold op de B-kant van de Heart-Shaped Box single verscheen. Toen de band begin 1994 een studio boekte, maar Kurt Cobain weer eens worstelde met zijn demonen, gebruikte Dave Grohl de vrijgekomen uren om opnieuw een aantal van zijn nummers op te nemen. Een aantal daarvan – zoals Exhausted, Big Me, February Stars en Butterflies zouden het later tot volwaardige Foo Fighters-nummers schoppen.

Toen hij in oktober 1994 een week studiotijd boekte, was dat bepaald niet zijn ambitie om een internationale bestseller op te nemen. Hij wilde vooral zijn troebele gedachten verzetten door simpelweg bezig te zijn. Om iets om handen te hebben. Het idee was om in een oplage van 100 stuks een lp te persen of de liedjes net als voorheen via cassettes te verspreiden. Dave Grohl nam in een week tijd een twaalftal nummers op waarbij hij vrijwel alle instrumenten zelf bespeelde. Hij liet 100 cassettes maken, die hij in de handen drukte van iedereen die zijn pad maar kruiste. Een van de tapes kwam terecht op het bureau van Gary Gersh van Capitol Records, een bekende uit Grohl’s Nirvana verleden aangezien hij voorheen voor platenmaatschappij Geffen gewerkt had. Vanwege die persoonlijke band tekende Dave Grohl bij zijn label, waarbij al snel besloten werd dat de demo’s zo goed, energiek en puur waren dat er teveel verloren zou gaan als de nummers opnieuw opgenomen zouden worden. Wel werden ze opnieuw gemixt, waarna het titelloze debuut van de Foo Fighters – de naam die hij aan zijn band in wording gegeven had – in de zomer van 1995 in de winkels lag.

Het was het begin van een succesverhaal dat iedereen zou verrassen, niet in de laatste plaats de hoofdpersoon zelf. Nadat Foo Fighters zich met die eerste plaat gevestigd had, bewees het in 1997 met de belangrijke tweede plaat The Colour And The Shape geen eendagsvlieg te zijn. Integendeel, in luttele jaren groeide de Foo Fighters uit tot een van de meest succesvolle rockbands van de afgelopen dertig jaar, met Dave Grohl als boegbeeld. Ondertussen ontvouwde zijn muzikale leven zich als een jongensboek dat werkelijkheid werd. Hij werkte in Them Crooked Vultures samen met Led Zeppelin’s John Paul Jones, deelde het podium met Mick Jagger, Bruce Springsteen en Paul McCartney, nam muziek op met Neil Young, Black Sabbath’s Tony Iommi en David Bowie… De lijst is eindeloos. Anno 2019 is de Amerikaan die ooit begon als die enthousiaste trommelaar in een obscure hardcore band de op twee na rijkste drummer ter wereld. Geschat vermogen 260 miljoen. Hij moet alleen Ringo Starr en Phil Collins boven zich dulden. Het bijzondere is dat alle roem en rijkdom hem niet naar het hoofd gestegen zijn, merkte ik tijdens de keren dat ik hem interviewde. Nog altijd is hij vooral een fan die verwonderd door zijn eigen leven stapt met de blik in de ogen ‘wie ben ik dat ik dit mag meemaken’. Wie je ook spreekt, iedereen roemt zijn vriendelijkheid. Zelfs Motörhead’s Lemmy, bepaald niet iemand die strooide met complimenten, gromde ooit ‘Dave Grohl deugt’, toen ik hem daar ooit naar informeerde. Het verhaal van Dave Grohl heeft iets van een mirakel. Er bleek dus leven na Nirvana te zijn. Hij bewees tegelijkertijd dat het ook mogelijk is om een megaster te worden en tegelijkertijd een erg aangenaam mens te blijven.      

Deel deze pagina:
Bekijk ook